Ondermijningsrapporten blijven afgeschermd voor raadsleden

Inslagen granaatscherven Breestraat drie jaar geleden aan de overkant van de coffeeshop. Afpersing twee coffeeshops door ontplofte handgranaten hielden Delft maanden in haar greep. Er zijn meer voorbeelden van ondermijning door de georganiseerde misdaad in Delft.

Op de gemeentesite staan deze voorbeelden: In 2019 zijn er in Delft 23 hennepkwekerijen opgerold. De politie heeft harddrugs, amfetaminen en chemicaliën aangetroffen in een loods. Motorbendes probeerden van een horecagelegenheid hun ‘clubhuis’ te maken. Een Delfts echtpaar dat miljoenen witwaste voor de onderwereld is opgepakt. En dit zijn nog maar de zaken die aan het licht zijn gekomen.

Maar vandaag kreeg ik antwoord over uitleg weigering college over weigering inzage (onder geheimhouding) van twee rapporten over georganiseerde misdaad in Delft.

——————————————————————————————————————

“Beantwoording verzoek Hart voor Delft:

De beide documenten waarnaar wordt gevraagd, zijn niet verstrekt aan het college, maar uitsluitend aan de burgemeester. Het college beschikt dan ook niet over deze documenten en draagt er evenmin kennis van. In zoverre de vraag om inlichtingen aan het college is gericht, kan die derhalve niet worden beantwoord. De burgemeester kan niet op de gestelde vraag ingaan; namens de gemeente Delft is de burgemeester partner bij het ‘Convenant ten behoeve van Bestuurlijke en Geïntegreerde Aanpak Georganiseerde Criminaliteit, Bestrijding Handhavingsknelpunten en Bevordering Integriteitsbeoordelingen’.

In dit convenant is uitdrukkelijk een geheimhoudingsclausule opgenomen (artikel 6) en de betreffende documenten zijn in het kader van dit convenant aan de burgemeester verstrekt. Bij die verstrekking is expliciet het volgende aangegeven:

Vertrouwelijkheid informatie en privacy

Dit document is tot stand gekomen in het kader van integrale samenwerking en/of bestuurlijke ondersteuning op basis van het RIEC-convenant en mag alleen voor deze doeleinden worden gebruikt. De inhoud van dit document valt onder artikel 6 van het RIEC-convenant en is confidentieel.

De informatie in dit document mag niet aan derden, geen convenantpartners, worden verstrekt zonder de uitdrukkelijke toestemming van de verstrekkende convenantpartner. Gelet hierop dient dit document ingevolge het Privacy-protocol in een voor derden afgeschermde digitale omgeving te worden opgeslagen, bij voorkeur RIEC-IS. Voor elke andere handeling met de hier gepresenteerde gegevens geldt geheimhouding, ook nadat u deze hebt ontvangen. Overtreding van deze geheimhoudingsbepaling is strafbaar gesteld in artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht.

Op grond van het convenant is het niet aan de burgemeester om inzage te verlenen in de betreffende stukken, ook niet onder doorlegging van de geheimhoudingsplicht. Toestemming voor inzage wordt door de verstrekkende convenantpartner niet gegeven.

Uiteraard verschaft de burgemeester alle inlichtingen die nodig zijn voor de uitoefening van het raadslidmaatschap. De collegebrief van 2 maart jongstleden aan de raad is daar de uitdrukking van, samen met de daaropvolgende presentatie van het RIEC (dezelfde presentatie als het College onlangs heeft gehad).

Tot slot, dat deze documenten alleen de hoofdzaken benoemen, erkent de burgemeester. Zij zal het RIEC dan ook verzoeken hier in haar presentatie rekening mee te houden zodat raadsleden op een verantwoorde wijze de prioriteiten in de aanpak van ondermijning in Delft kunnen verkennen.”

Jan Peter de Wit

——————————————————————————————————————-

(De presentatie van RIEC vindt plaats op 27 mei)

 

Veiligheid verbeterd?

Vanmorgen las ik in de media dat vooral de VVD en Groen Links verbaasd zijn over de overlast die jonge criminelen veroorzaken in Amsterdam. Is het in Delft dan anders vraag je je af? Burgemeester Verkerk gaf in zijn Nieuwjaarsrede aan dat het veiliger was geworden in Delft. Misschien blijkt dat uit cijfers, maar de vraag is of dat echt zo is. Meer lezen

Lokale veiligheid

Afgelopen week werd in de commissie BLD de brief van het college besproken inzake het
Regionaal Beleidsplan en uitvoering beleidskader Veiligheid. Goed om dit regionale plan te bespreken, maar hoe staat het met de lokale veiligheid in onze stad? Wim den Boef maakte voor Stadsbelangen Delft op basis van de beschikbare informatie en vanuit zijn expertise onderstaande analyse. Dit leidt tot de volgende conclusies.

1. Openbare Orde & Veiligheid
In maart 2013 heeft de burgemeester de jaarlijkse veiligheidscijfers over 2012 gepresenteerd. Kernpunt van zijn boodschap was, dat “het goed gaat in Delft”, want 82% van de Delftenaren voelt zich ook veilig. Wanneer je echter verder leest, dan zie je dat deze positieve ontwikkeling vooral wordt veroorzaakt door het dalende aantal (auto)branden, ernstige branden en het inzetten van de “lokfiets”. Daartegenover bleef het aantal gewapende overvallen ongeveer gelijk aan dat in 2011, terwijl het aantal woninginbraken in 2012 zelfs met 20% is gestegen ten opzichte van 2011 (van 539 naar 652). In augustus 2013 zijn er opnieuw criminaliteitscijfers voor Delft bekendgemaakt; ditmaal op basis van de site “Hoeveiligismijn wijk”. Ook die cijfers geven een spectaculaire daling te zijn van de onveiligheid, vooral voor wat betreft de fietsendiefstallen en straatroven! Dat is mooi, maar de stijging van de woningbraken, de “plofkraken” van de laatste tijd; de overvallen op juweliers en de in Delft blijkbaar aanwezige jeugdbendes blijven in dit onderzoek onvermeld. Ook over nieuwe bedreigingen, zoals cyber-criminaliteit (het uitvallen van internet bij overheid, banken, hulpdiensten, het spoor; plofkraken, verspreiding van computervirussen, e.d., afluisteren van telefoon, Ipad en computerverbindingen; terrorisme-bestrijding (denk hierbij b.v. aan de Delftse “Syriëgangers”) valt weinig tot niets terug te vinden!

Opvallend, dat Delft zichzelf, voor wat betreft de veiligheidsgegevens, vergelijkt met steden als Den Haag, Rotterdam of Amsterdam in plaats van met vergelijkbare steden als Leiden, Haarlem, Dordrecht, Gouda of Zoetermeer. De inwoners van Delft hebben recht op juiste informatie omtrent hun veiligheid. Thuis, op scholen en (sport)verenigingen en op straat! Reden dus om vraagtekens te plaatsen bij de volledigheid en zorgvuldigheid van deze onderzoeken.

Conclusie 1
De burgemeester moet met juiste en controleerbare cijfers komen voor wat betreft de criminaliteit in Delft door middel van een jaarlijks, goed meetbaar en een vergelijkbaar veiligheidsonderzoek!

2. De voorbereiding op en bestrijding van grootschalige calamiteiten in Delft
In 2005 werd het laatst opgestelde rampenplan (2005-2009) voor de gemeente Delft door de gemeenteraad vastgesteld. Daarin staan de hoofdtaken voor de gemeente vermeld in tijden van crises, namelijk: de bestrijding van de ramp of crisis; de zorg voor de bevolking; het opleiden en oefenen van de hulpverleningsdiensten en overige hulpverleners, zoals ziekenhuizen, Rode Kruis, e.d.; het ontwikkelen en vaststellen van beleid in het kader van de externe veiligheid, welke rampen onze stad kunnen bedreigen, alsmede de controle en handhaving op de uitvoering van dat beleid en hoe de bestrijding van mogelijke rampen en incidenten en de verantwoordelijkheden, voorafgaande, tijdens en na afloop van een ramp zijn geregeld.

In dit rampenplan van 2005 wordt een aantal gevaarlijke objecten vermeld, zoals: Object Bestuurlijke vaststelling Locatie DSM Gist B.V. 2e kwartaal 2005 Brandweer Delft-Rijswijk; Reactor Institute Delft 2e kwartaal 2005 Brandweer Delft-Rijswijk; 4 LPG tankstations 1e kwartaal 2006 Brandweer Delft-Rijswijk. Bovendien heeft de burgemeester in 2000 rampstrijdingsplannen vastgesteld voor Asepta B.V. (opslag bestrijdings-middelen)  en Van der Helm Op- en overslag BV (opslag gevaarlijke stoffen), met de kanttekening dat de opslag van gevaarlijke stoffen aldaar op termijn zullen verdwijnen.

Maar, zoals ook in het Veiligheidsplan van de Veiligheidsregio Haaglanden staat te lezen, er zijn ook nog andere risico’s, waarmee onze stad rekening dient te houden, zoals: het intensieve vervoer van gevaarlijke stoffen over de snelwegen A4, A12 en A13; de effecten van mogelijke calamiteiten bij de vele risicolocaties in de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, met name vanwege de overheersende windrichting aldaar richting Delft; mogelijke overstromingen, mede vanwege de relatief dunne duinenrij in het Westland; het vervoer van gevaarlijke stoffen over de snelwegen A4, A12 en A13 van en naar Europoort / Amsterdam / Duitsland (incl. de mogelijke gevolgen van de voltooiing van de A4 tussen Delft en Schiedam, met – naar verwachting – enige ontlasting voor de A13 ontlasten, maar toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A4; de mogelijke risico’s voor (of van)  grote aantallen bezoekers en toeristen aan het centrum van Delft bij een grootschalig incident.

Conclusie 2
a. het huidige gemeentelijke Rampenplan dateert uit 2005 en is geldig tot 2009;
b. onduidelijk is, of de bestaande rampbestrijdingsplannen voor DSM-Gist en het IRI sindsdien zijn geactualiseerd en opnieuw vastgesteld;
c. de risicokaart van de provincie Zuid-Holland (anno juli 2013) vermeldt Van der Helm Op- en overslag BV nog steeds als BRZO-plichtig (Bedrijf Risico’s Zware Ongevallen), dus risicovol bedrijf, waarvoor een rampbestrijdingsplan moet zijn opgesteld;
d. er dus onduidelijkheid bestaat over het aantal objecten waarvoor Delft, op grond van de wet, actuele rampbestrijdingsplannen gereed dient te hebben;
e. de in het Veiligheidsplan van de Veiligheidsregio Haaglanden opgesomde risico’s voor Delft, zijn niet of nauwelijks aangetroffen in het huidige Rampenplan voor Delft, evenals de risico’s van andere mogelijk kwetsbare objecten in onze gemeente; zoals straks boven en in de Spoortunnel; de mogelijke gevolgen van het transport gevaarlijke stoffen over het spoor (denk in dit verband aan b.v. de recente rampen in België, Canada en Spanje); verkeersveiligheid (mede vanwege de vele opbrekingen, afsluitingen en omleidingen in de stad), maar ook opstoppingen / (ketting)botsingen op de A13, b.v. nabij de Ikea.

Conclusie 3
Tijdens de commissievergadering kon de burgemeester geen antwoord geven op de vraag van onze fractie of vanaf 2009 het Rampenplan voor Delft is geactualiseerd en zo ja wanneer. Wij krijgen hierover nog nader bericht.

Tenslotte
Regionale veiligheid is zeker belangrijk en moet goed worden geregeld, maar als lokale partij wil Stadsbelangen Delft primair de lokale veiligheid goed geregeld hebben. Daar hebben onze inwoners recht op. Werk aan de winkel dus voor de burgemeester.

Fractie Stadsbelangen Delft

Resultaat Gilleswijk nog mager

gillesOp dinsdag 5 maart jl. bezocht de commissie BLD de Gilliswijk. Ik kon vanwege mijn reguliere werk helaas niet aanwezig zijn. Namens de fractie Stadsbelangen Delft was fractievoorzitter Aad Meuleman bij het wijkbezoek aanwezig. Het artikel in het AD van 7 maart 2013 bevestigt helaas het beeld waar Stadsbelangen Delft al diverse keren voor heeft gewaarschuwd. Beleid op beleid en werken vanuit hypes. Vele projecten zijn in gang gezet in deze wijk. Vele professionals zijn daar dagelijks mee bezig, maar er is nog onvoldoende zichtbare resultaat.

Op 13 april 2011 was ik ook al bij het wijkbezoek met diverse gemeenteraadsleden in de Gilliswijk. Tijdens deze rondleiding werd mij duidelijk wat er aan de hand is in deze wijk. Het PvdA beleid van de afgelopen jaren heeft simpelweg niet gewerkt, ondanks de vele miljoenen euro’s. Dat vroeg en vraagt om een andere aanpak. Een aanpak echt gericht op de wijk en dus op de bewoners zelf. Resultaten bereik je niet alleen met struiken snoeien of een moestuin realiseren. Dat zijn wel leuke initiatieven, maar je bereikt er nog geen 5% van de bewoners mee.

Stadsbelangen Delft was in 2011 blij met het rapport dat was uitgebracht door de Delftse Rekenkamer. Hierin werd namelijk bevestigd wat Stadsbelangen Delft al langer heeft aangegeven. De Gilliswijk is een wijk waar dagelijks zaken gebeuren, die niet door de beugel kunnen, waar misdrijven plaatsvinden en waar niemand zogenaamd iets ziet of hoort. Men is bang iets te zeggen. Een onaanvaardbare situatie zo vonden wij toen.

Tijdens het wijkbezoek in 2011 heb ik een gesprek gehad met een aantal jongeren van Marokkaanse afkomst. Ook hieruit werd toen al duidelijk dat het maatwerk van de gemeente vooral met de mond wordt beleden. Precies zoals in het rekenkamerrapport werd gemeld. In het bijzijn van de wethouder gaven deze jongeren aan, dat zij ook wel eens hun zegje wilden doen over de Gilliswijk. Nu zal ik niet beweren dat deze jongeren zo braaf zijn, maar hier ligt de kern van waaruit moet worden begonnen. In het artikel van het AD staat dat Woonbron en de basisschool bang zijn voor meer criminaliteit als men de projecten stopt. Kortom dan zijn we straks weer terug bij af.

Op dinsdag 5 juni 2012 was er ook een externe oriëntatie Jeugdbeleid, dat plaatsvond in de basisschool de Horizon aan de Brahmslaan.  Ik bracht toen in dat het erop lijkt, dat het werk van alle organisaties, die zich bezig houden met de problematiek van jongeren, meer met ‘hun eigen handel’ bezig houden dan met de jongeren zelf. Deze opmerking werd niet echt gewaardeerd, maar juist als je dagelijks bezig bent met jongeren met allerlei problemen, zie je hoe belangrijk het is als de aandacht aan de jongeren zelf wordt gegeven. Dat maak ik in mijn werk dagelijks mee. Wel ontstond er discussie over mijn standpunt en dat is nu precies wat Stadsbelangen Delft wil bereiken.

Het was in ieder geval een goede bijeenkomst waaruit bleek dat er nog een lange weg te gaan is. Zeker als jeugdzorg onder de regie van de gemeente komt te vallen. De professionals doen zeker hun best. Daar twijfelen wij  niet aan. Wat wij missen is de buurt zelf. Wat wil de buurt en hoe denken de jongeren over hun wijk. Kortom we gaan het allemaal weer meemaken op dinsdag 12 maart als we een toelichting krijgen van de wethouder op de vorderingen in de Gilliswijk. Als je het artikel leest in het AD zijn wij niet optimistisch. Stadsbelangen Delft zal blijven meedenken en vooral hopen.

Stadsbelangen Delft
Bram Stoop