Koninklijke Onderscheiding van voor 1986 minder waard?

KODe afgelopen jaren nodigt de burgemeester op Koninginnedag  standaard mensen uit die in het verleden tot heden een Koninklijke onderscheiding hebben ontvangen.

In de uitnodigingsbrief lazen wij:  ‘Aan de dames en heren die vanaf 1986 tot en met 2009 via de  Gemeente Delft een Koninklijke onderscheiding hebben gekregen.’ De burgemeester past hierbij wel een heel bijzonder kader toe. Gold in 2006 nog dat de uitnodiging van toepassing was voor burgers  die in de afgelopen 10 jaar een lintje hadden ontvangen, nu worden  mensen uitgenodigd die een onderscheiding hebben ontvangen  vanaf 1986.  Hoe de burgemeester aan het jaar 1986 komt is een raadsel. Waarom  niet vanaf 1985 of 1987 of 1970?

Een Koninklijke onderscheiding krijgt  iemand voor het leven en het is vreemd dat de burgemeester bij zijn  uitnodiging meent onderscheid te moeten maken. Heeft een Koninklijke onderscheiding die voor 1986 werd uitgereikt nu minder betekenis? Onze fractie denkt van niet. Delft en de burgemeester zouden zorgvuldiger moeten omgaan met dergelijke onbegrijpelijke uitnodigingen voor onze  burgers die in het verleden een Koninklijke onderscheiding hebben  ontvangen. Ook die van voor 1986!

Hetzelfde geldt voor ereburgers van onze stad. Zij horen standaard bij dergelijke evenementen te worden betrokken. Of zij nu in 1966 of 1999 of 2009 een onderscheiding  hebben ontvangen, dat maakt niet uit. Het zou de burgemeester sieren als hij het kromme kader van jaartallen  terzijde schuift. Zo ga je niet om met ‘geridderde’ inwoners van onze  stad.   
Fractie Stadsbelangen-Delft

“Reveille”

Vorige week zaterdag werd ik opgebeld door Ome Jan de Melkboer, de man, die jaren geleden elke dag melk bezorgde mij mijn vader en  moeder. In 1985 nam hij afscheid. Jarenlang had hij ons en de buren voorzien van heerlijke verse melk. Bij de receptie in verband met zijn  afscheid werd hij verrast met een Koninklijke Onderscheiding.   

Hij informeerde naar een eventuele reactie van Burgemeester Verkerk op mijn verbazing in 2006 en 2007, dat slechts gedecoreerden vanaf 1996  werden uitgenodigd voor een bijeenkomst in het stadhuis. Het enige dat  ik hem kon melden was, hetgeen ik officieus had vernomen, dat de  accommodatie te klein zou zijn als een ieder werd uitgenodigd. Maar, wat  ik ook had begrepen, dat de opkomst niet al te groot was en dat de  burgervader zijn zienswijze voor wat betreft het jaartal heeft gewijzigd.   

“Het is nu vanaf 1986, ome Jan” kon ik hem verheugend vertellen.  “Maar, Aad, hoe komt hij nu weer aan het jaar 1986, want ik kreeg mijn  lintje in 1985” antwoordde Ome Jan verbouwereerd. Op deze vraag had  ik evenals in de voorafgaande jaren geen antwoord. Het enige, dat ik  kon verzinnen: “de heer Verkerk heeft zijn eerder ingegeven jaartal verminderd met de optelsom van de leeftijden van zijn kat (6) en zijn  goudvis (4) en zodoende uitkwam op 1986”.    Ome Jan begreep de humor even niet en reageerde: “die man is knettergek”.  Eerst zweeg ik, maar later in het gesprek kon ik Ome Jan ervan overtuigen, dat hij op deze wijze een politicus niet mocht typeren, alhoewel hij  terecht  hierna tegensputterde dat hij deze woorden enkele maanden geleden in de  Tweede Kamer had gehoord. “Ik kan dan wel door hem bij de domme burgers worden ingedeeld, maar ik ben nog wel wijs genoeg om dit niet te  begrijpen, en Aad, wij vieren gewoon weer op onze eigen wijze, zoals vroeger,  de reveille” beëindigde Ome Jan ons gezellige gesprek. Aad Bonthuis