Schriftelijke vragen flexwoningen Mozartlaan, Brasserskade en TU

Aan het College van B&W Delft

Delft, 22 november 2022

Schriftelijke vragen betreffende flexwoningen Mozartlaan, Brasserskade en tijdelijke opvang TU-Campus

Geacht college,

Het persbericht betreffende de benoeming van twee locaties voor flexwoningen voor statushouders en Oekraïense vluchtelingen heeft veel beroering gebracht bij de omwonenden van de locatie Mozartlaan en vraagtekens gezet bij de leden van de fractie Hart voor Delft.

Ook zijn er meerdere vragen gerezen over de sinds september 2022 in gebruik genomen locatie aan de TU-campus. Er is een vergunning afgegeven voor 5 maanden, maar HvD twijfelt aan de einddatum. Een recent bezoek aan de locatie en een gesprek met een medewerker van de COA heeft niet de indruk gewekt dat de locatie over 3 maanden weer sluit. HvD wil graag weten wat nu precies de bedoeling is van deze noodopvang en in hoeverre de noodlocatie aan de TU-campus aan de taakstelling, opgelegd door het Rijk, bijdraagt. Ook wil HvD weten wat het plan van aanpak is als de mensen de locatie moeten verlaten als de einddatum is bereikt en de zienswijze vernemen achter het sluiten van de ene locatie en het openen van twee andere. De vragen hierover zijn in dit document benoemd en wij wachten snelle beantwoording af.

De volgende vraag willen wij stellen aan het college over de beoogde flexwoningen aan de Brasserskade:

  1. Het persbericht vermeldt dat de flexwoningen voor 1/3 bestemd zijn voor statushouders en/of Oekraïense vluchtelingen en 2/3 voor een mix van doelgroepen, zoals starters op de woningmarkt of spoedzoekers.

Waarom wordt de term spoedzoeker gebruikt bij de verduidelijking van doelgroepen die voor 2/3 in aanmerking komen voor de flexwoningen? Kan dit veranderen in ‘starters op de woningmarkt of urgente woningzoekers, niet zijnde statushouders’. (Een statushouder is namelijk ook een spoedzoeker en wordt al benoemd bij de doelgroep voor 1/3 van de flexwoningen.)

De volgende vragen willen wij stellen aan het college over de beoogde flexwoningen aan de Mozartlaan:

  1. Heeft de gemeente Delft een onderzoek gedaan naar de wenselijkheid van de bouw van flexwoningen voor Oekraïense vluchtelingen aan de locatie Mozartlaan bij omwonenden. Zo nee, waarom niet?
  2. Waarom als het antwoord op vraag 1 nee is, is dan wederom aan de beginspraak, de burgerparticipatie voorbijgegaan? Is het college het met ons eens dat ook voor tijdelijke woningbouwprojecten geldt dat de omgeving nauw betrokken en gehoord moet worden bij de uitwerking van de plannen?
  3. Bent u het met Hart voor Delft eens dat de wijk de Buitenhof, welke aangemerkt staat als kwetsbare achterstand wijk en ook de nodige nog onopgeloste problemen kent, niet de aangewezen wijk is om 200 kwetsbare mensen te huisvesten van dezelfde nationaliteit?
  4. Waarom bent u nooit bereid geweest voor Delftse jongeren flexwoningen te plaatsen, u bent er toch mee bekend dat jongeren al jaren wachten op actie van de gemeente om het nijpende tekort aan jongerenhuisvesting aan te pakken? Het plaatsen van verplaatsbare woonunits/flexwoningen in de Buitenhof zou een prima tijdelijke oplossing geweest zijn om extra woonruimte te creëren voor starters en jongeren.
  5. Welke andere locaties heeft u overwogen in plaats van de locatie in de Buitenhof? Heeft u nagedacht over locaties zoals bijvoorbeeld om er een paar te noemen:
    1. De hoek bij het Kruithuis die al jaren braak ligt;
    2. Het terrein bij de oude Gistfabriek;
    3. Het park bij het Agnetapark.
  6. Indien aan de taakstelling voldaan wordt door meetellen van de locatie TU-campus bent u dan bereid om de locatie aan de Buitenhof dezelfde mix van doelgroepen toe te kennen als de Brasserskade: t.w.: 1/3 bestemd voor statushouders en/of Oekraïense vluchtelingen en 2/3 voor een mix van doelgroepen, zoals starters op de woningmarkt of urgente woningzoekers, niet zijnde statushouders? 

De volgende vragen willen wij stellen aan het college over de tijdelijke opvanglocatie op het terrein van de TU:

  1. 220 asielzoekers worden opgevangen voor de duur van 5 maanden sinds 3 september jl. De helft van de tijd is al voorbij. Waar gaan de 220 asielzoekers naar toe na 3 februari? Stromen deze door naar de 2 nieuwe locaties of wordt het tijdelijke asielzoekerscentrum niet meer tijdelijk?
  2. Waarom wordt de ene locatie gesloten en de andere geopend, is het niet veel logischer dat met het COA en TU Delft bekeken wordt of verlenging van de locatie TU-campus mogelijk is in plaats van de Buitenhof aan te wijzen?
  3. Asielzoekers kunnen tijdens de procedure statushouder worden. In hoeverre telt dit mee voor de taakstelling opgelegd door het Rijk aan de gemeente Delft?
  4. In hoeverre telt de tijdelijke opvanglocatie in zijn geheel mee aan de opgelegde taakstelling door het Rijk aan de gemeente Delft?
  5. Een medewerker van het COA vertelde ons tijdens het werkbezoek dat een uitstromende statushouder woonruimte aangeboden krijgt in de regio. Zij verzekerde ons dat dit niet door de gemeente Delft alleen gedaan wordt.
    1. Kunt u dit bevestigen dat er in de regio woonruimte aangeboden wordt?
    2. Welke gemeenten behoren tot de regio?
    3. Hoe is dit geregeld?
    4. Is er een overeenkomst gesloten?
    5. Hoe is de verdeling vastgelegd?
    6. Indien sprake is van een schriftelijke overeenkomst; is het mogelijk HvD hiervan kennis te laten nemen?

Sylvia Grobben
Hart voor Delft

Zie ook onderstaande link artikel in AD:
https://www.ad.nl/delft/politici-in-delft-verbaasd-waarom-zijn-bewoners-niet-betrokken-bij-keuze-voor-plek-flexwoningen~a954dedb/

 

Lokale veiligheid

Afgelopen week werd in de commissie BLD de brief van het college besproken inzake het
Regionaal Beleidsplan en uitvoering beleidskader Veiligheid. Goed om dit regionale plan te bespreken, maar hoe staat het met de lokale veiligheid in onze stad? Wim den Boef maakte voor Stadsbelangen Delft op basis van de beschikbare informatie en vanuit zijn expertise onderstaande analyse. Dit leidt tot de volgende conclusies.

1. Openbare Orde & Veiligheid
In maart 2013 heeft de burgemeester de jaarlijkse veiligheidscijfers over 2012 gepresenteerd. Kernpunt van zijn boodschap was, dat “het goed gaat in Delft”, want 82% van de Delftenaren voelt zich ook veilig. Wanneer je echter verder leest, dan zie je dat deze positieve ontwikkeling vooral wordt veroorzaakt door het dalende aantal (auto)branden, ernstige branden en het inzetten van de “lokfiets”. Daartegenover bleef het aantal gewapende overvallen ongeveer gelijk aan dat in 2011, terwijl het aantal woninginbraken in 2012 zelfs met 20% is gestegen ten opzichte van 2011 (van 539 naar 652). In augustus 2013 zijn er opnieuw criminaliteitscijfers voor Delft bekendgemaakt; ditmaal op basis van de site “Hoeveiligismijn wijk”. Ook die cijfers geven een spectaculaire daling te zijn van de onveiligheid, vooral voor wat betreft de fietsendiefstallen en straatroven! Dat is mooi, maar de stijging van de woningbraken, de “plofkraken” van de laatste tijd; de overvallen op juweliers en de in Delft blijkbaar aanwezige jeugdbendes blijven in dit onderzoek onvermeld. Ook over nieuwe bedreigingen, zoals cyber-criminaliteit (het uitvallen van internet bij overheid, banken, hulpdiensten, het spoor; plofkraken, verspreiding van computervirussen, e.d., afluisteren van telefoon, Ipad en computerverbindingen; terrorisme-bestrijding (denk hierbij b.v. aan de Delftse “Syriëgangers”) valt weinig tot niets terug te vinden!

Opvallend, dat Delft zichzelf, voor wat betreft de veiligheidsgegevens, vergelijkt met steden als Den Haag, Rotterdam of Amsterdam in plaats van met vergelijkbare steden als Leiden, Haarlem, Dordrecht, Gouda of Zoetermeer. De inwoners van Delft hebben recht op juiste informatie omtrent hun veiligheid. Thuis, op scholen en (sport)verenigingen en op straat! Reden dus om vraagtekens te plaatsen bij de volledigheid en zorgvuldigheid van deze onderzoeken.

Conclusie 1
De burgemeester moet met juiste en controleerbare cijfers komen voor wat betreft de criminaliteit in Delft door middel van een jaarlijks, goed meetbaar en een vergelijkbaar veiligheidsonderzoek!

2. De voorbereiding op en bestrijding van grootschalige calamiteiten in Delft
In 2005 werd het laatst opgestelde rampenplan (2005-2009) voor de gemeente Delft door de gemeenteraad vastgesteld. Daarin staan de hoofdtaken voor de gemeente vermeld in tijden van crises, namelijk: de bestrijding van de ramp of crisis; de zorg voor de bevolking; het opleiden en oefenen van de hulpverleningsdiensten en overige hulpverleners, zoals ziekenhuizen, Rode Kruis, e.d.; het ontwikkelen en vaststellen van beleid in het kader van de externe veiligheid, welke rampen onze stad kunnen bedreigen, alsmede de controle en handhaving op de uitvoering van dat beleid en hoe de bestrijding van mogelijke rampen en incidenten en de verantwoordelijkheden, voorafgaande, tijdens en na afloop van een ramp zijn geregeld.

In dit rampenplan van 2005 wordt een aantal gevaarlijke objecten vermeld, zoals: Object Bestuurlijke vaststelling Locatie DSM Gist B.V. 2e kwartaal 2005 Brandweer Delft-Rijswijk; Reactor Institute Delft 2e kwartaal 2005 Brandweer Delft-Rijswijk; 4 LPG tankstations 1e kwartaal 2006 Brandweer Delft-Rijswijk. Bovendien heeft de burgemeester in 2000 rampstrijdingsplannen vastgesteld voor Asepta B.V. (opslag bestrijdings-middelen)  en Van der Helm Op- en overslag BV (opslag gevaarlijke stoffen), met de kanttekening dat de opslag van gevaarlijke stoffen aldaar op termijn zullen verdwijnen.

Maar, zoals ook in het Veiligheidsplan van de Veiligheidsregio Haaglanden staat te lezen, er zijn ook nog andere risico’s, waarmee onze stad rekening dient te houden, zoals: het intensieve vervoer van gevaarlijke stoffen over de snelwegen A4, A12 en A13; de effecten van mogelijke calamiteiten bij de vele risicolocaties in de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, met name vanwege de overheersende windrichting aldaar richting Delft; mogelijke overstromingen, mede vanwege de relatief dunne duinenrij in het Westland; het vervoer van gevaarlijke stoffen over de snelwegen A4, A12 en A13 van en naar Europoort / Amsterdam / Duitsland (incl. de mogelijke gevolgen van de voltooiing van de A4 tussen Delft en Schiedam, met – naar verwachting – enige ontlasting voor de A13 ontlasten, maar toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A4; de mogelijke risico’s voor (of van)  grote aantallen bezoekers en toeristen aan het centrum van Delft bij een grootschalig incident.

Conclusie 2
a. het huidige gemeentelijke Rampenplan dateert uit 2005 en is geldig tot 2009;
b. onduidelijk is, of de bestaande rampbestrijdingsplannen voor DSM-Gist en het IRI sindsdien zijn geactualiseerd en opnieuw vastgesteld;
c. de risicokaart van de provincie Zuid-Holland (anno juli 2013) vermeldt Van der Helm Op- en overslag BV nog steeds als BRZO-plichtig (Bedrijf Risico’s Zware Ongevallen), dus risicovol bedrijf, waarvoor een rampbestrijdingsplan moet zijn opgesteld;
d. er dus onduidelijkheid bestaat over het aantal objecten waarvoor Delft, op grond van de wet, actuele rampbestrijdingsplannen gereed dient te hebben;
e. de in het Veiligheidsplan van de Veiligheidsregio Haaglanden opgesomde risico’s voor Delft, zijn niet of nauwelijks aangetroffen in het huidige Rampenplan voor Delft, evenals de risico’s van andere mogelijk kwetsbare objecten in onze gemeente; zoals straks boven en in de Spoortunnel; de mogelijke gevolgen van het transport gevaarlijke stoffen over het spoor (denk in dit verband aan b.v. de recente rampen in België, Canada en Spanje); verkeersveiligheid (mede vanwege de vele opbrekingen, afsluitingen en omleidingen in de stad), maar ook opstoppingen / (ketting)botsingen op de A13, b.v. nabij de Ikea.

Conclusie 3
Tijdens de commissievergadering kon de burgemeester geen antwoord geven op de vraag van onze fractie of vanaf 2009 het Rampenplan voor Delft is geactualiseerd en zo ja wanneer. Wij krijgen hierover nog nader bericht.

Tenslotte
Regionale veiligheid is zeker belangrijk en moet goed worden geregeld, maar als lokale partij wil Stadsbelangen Delft primair de lokale veiligheid goed geregeld hebben. Daar hebben onze inwoners recht op. Werk aan de winkel dus voor de burgemeester.

Fractie Stadsbelangen Delft

College overvraagt

De afgelopen jaren heeft Stadsbelangen het college voortdurend aan de tand gevoeld over financiële zaken. Vooral over budgetten die aan de raad werden gevraagd voor allerlei zaken en in het bijzonder als het ging  om geld voor personele kosten.   

Stadsbelangen kreeg vaak het verwijt van coalitiepartijen en het college dat wij ons te veel met details zouden bemoeien. Wij moesten ons toch vooral richten op de “grote” kaders. Ook in het kader van de Tweede Kamerverkiezingen en het te houden Referendum op 22 november as. werden weer budgetten opgevoerd die bij onze fractie grote vraagtekens opriepen. Voor simpele werkzaamheden  zouden omgerekend uurlonen van ca. € 100,– per uur moeten worden  betaald.   

Een mooi voorbeeld was in 2005 de pilot Stemmen in een Willekeurig  Stemlokaal. Stadsbelangen had hiervoor in het kader van de  gemeenteraadsverkiezingen 2006 het initiatief genomen. Het toenmalige  college raadde deze pilot af, want een dergelijk project zou minstens  € 50.000,– extra gaan kosten. Wij hadden hier toen al grote twijfels  over.   

De fractievoorzitter van de VVD mevrouw Steffen zei toen in  de raad (citaat): “Ik ga er vanzelfsprekend van uit dat de cijfers van de gemeente kloppen. Als we daar niet vanuit kunnen gaan, moeten we hier  niet zitten of het ambtelijk apparaat opruimen”. Inmiddels is wel gebleken dat raadsleden niet zomaar ergens vanuit kunnen  gaan en het college op de “mooie” blauwe ogen kunnen geloven. Achteraf  blijkt nu dat bedoelde pilot de gemeente Delft € 24.000,– extra heeft  gekost. Dat is nog hoog gezien het onderzoek dat bij diverse gemeenten werd  gehouden. Gemiddeld kwam men uit aan extra kosten per kiezer voor deze pilot op  € 0,15. Voor Delft zou dat dus een bedrag van
€ 11.250,– moeten zijn.   

Onze fractie constateert dat afdelingen binnen de gemeente Delft elkaar  waanzinnige en ook onredelijke bedragen in rekening brengen voor geleverde  diensten aan elkaar. Hierdoor worden budgetten kunstmatig opgeschroefd. Zou dat de reden zijn waarom Delft behoort tot één van de duurste gemeente  van ons land? Het college heeft de gevraagde budgetten voor de verkiezingen naar  aanleiding  van onze kritiek aanmerkelijk naar beneden bijgesteld. Het helpt dus toch. In ieder geval zal Stadsbelangen gevraagde budgetten kritisch  blijven beoordelen, want het college en de coalitiepartijen doen dat niet. Stadsbelangen neemt deze taak graag op zich en zal dit ook blijven doen.   
Fractie Stadsbelangen-Delft