Lokale veiligheid

Afgelopen week werd in de commissie BLD de brief van het college besproken inzake het
Regionaal Beleidsplan en uitvoering beleidskader Veiligheid. Goed om dit regionale plan te bespreken, maar hoe staat het met de lokale veiligheid in onze stad? Wim den Boef maakte voor Stadsbelangen Delft op basis van de beschikbare informatie en vanuit zijn expertise onderstaande analyse. Dit leidt tot de volgende conclusies.

1. Openbare Orde & Veiligheid
In maart 2013 heeft de burgemeester de jaarlijkse veiligheidscijfers over 2012 gepresenteerd. Kernpunt van zijn boodschap was, dat “het goed gaat in Delft”, want 82% van de Delftenaren voelt zich ook veilig. Wanneer je echter verder leest, dan zie je dat deze positieve ontwikkeling vooral wordt veroorzaakt door het dalende aantal (auto)branden, ernstige branden en het inzetten van de “lokfiets”. Daartegenover bleef het aantal gewapende overvallen ongeveer gelijk aan dat in 2011, terwijl het aantal woninginbraken in 2012 zelfs met 20% is gestegen ten opzichte van 2011 (van 539 naar 652). In augustus 2013 zijn er opnieuw criminaliteitscijfers voor Delft bekendgemaakt; ditmaal op basis van de site “Hoeveiligismijn wijk”. Ook die cijfers geven een spectaculaire daling te zijn van de onveiligheid, vooral voor wat betreft de fietsendiefstallen en straatroven! Dat is mooi, maar de stijging van de woningbraken, de “plofkraken” van de laatste tijd; de overvallen op juweliers en de in Delft blijkbaar aanwezige jeugdbendes blijven in dit onderzoek onvermeld. Ook over nieuwe bedreigingen, zoals cyber-criminaliteit (het uitvallen van internet bij overheid, banken, hulpdiensten, het spoor; plofkraken, verspreiding van computervirussen, e.d., afluisteren van telefoon, Ipad en computerverbindingen; terrorisme-bestrijding (denk hierbij b.v. aan de Delftse “Syriëgangers”) valt weinig tot niets terug te vinden!

Opvallend, dat Delft zichzelf, voor wat betreft de veiligheidsgegevens, vergelijkt met steden als Den Haag, Rotterdam of Amsterdam in plaats van met vergelijkbare steden als Leiden, Haarlem, Dordrecht, Gouda of Zoetermeer. De inwoners van Delft hebben recht op juiste informatie omtrent hun veiligheid. Thuis, op scholen en (sport)verenigingen en op straat! Reden dus om vraagtekens te plaatsen bij de volledigheid en zorgvuldigheid van deze onderzoeken.

Conclusie 1
De burgemeester moet met juiste en controleerbare cijfers komen voor wat betreft de criminaliteit in Delft door middel van een jaarlijks, goed meetbaar en een vergelijkbaar veiligheidsonderzoek!

2. De voorbereiding op en bestrijding van grootschalige calamiteiten in Delft
In 2005 werd het laatst opgestelde rampenplan (2005-2009) voor de gemeente Delft door de gemeenteraad vastgesteld. Daarin staan de hoofdtaken voor de gemeente vermeld in tijden van crises, namelijk: de bestrijding van de ramp of crisis; de zorg voor de bevolking; het opleiden en oefenen van de hulpverleningsdiensten en overige hulpverleners, zoals ziekenhuizen, Rode Kruis, e.d.; het ontwikkelen en vaststellen van beleid in het kader van de externe veiligheid, welke rampen onze stad kunnen bedreigen, alsmede de controle en handhaving op de uitvoering van dat beleid en hoe de bestrijding van mogelijke rampen en incidenten en de verantwoordelijkheden, voorafgaande, tijdens en na afloop van een ramp zijn geregeld.

In dit rampenplan van 2005 wordt een aantal gevaarlijke objecten vermeld, zoals: Object Bestuurlijke vaststelling Locatie DSM Gist B.V. 2e kwartaal 2005 Brandweer Delft-Rijswijk; Reactor Institute Delft 2e kwartaal 2005 Brandweer Delft-Rijswijk; 4 LPG tankstations 1e kwartaal 2006 Brandweer Delft-Rijswijk. Bovendien heeft de burgemeester in 2000 rampstrijdingsplannen vastgesteld voor Asepta B.V. (opslag bestrijdings-middelen)  en Van der Helm Op- en overslag BV (opslag gevaarlijke stoffen), met de kanttekening dat de opslag van gevaarlijke stoffen aldaar op termijn zullen verdwijnen.

Maar, zoals ook in het Veiligheidsplan van de Veiligheidsregio Haaglanden staat te lezen, er zijn ook nog andere risico’s, waarmee onze stad rekening dient te houden, zoals: het intensieve vervoer van gevaarlijke stoffen over de snelwegen A4, A12 en A13; de effecten van mogelijke calamiteiten bij de vele risicolocaties in de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, met name vanwege de overheersende windrichting aldaar richting Delft; mogelijke overstromingen, mede vanwege de relatief dunne duinenrij in het Westland; het vervoer van gevaarlijke stoffen over de snelwegen A4, A12 en A13 van en naar Europoort / Amsterdam / Duitsland (incl. de mogelijke gevolgen van de voltooiing van de A4 tussen Delft en Schiedam, met – naar verwachting – enige ontlasting voor de A13 ontlasten, maar toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A4; de mogelijke risico’s voor (of van)  grote aantallen bezoekers en toeristen aan het centrum van Delft bij een grootschalig incident.

Conclusie 2
a. het huidige gemeentelijke Rampenplan dateert uit 2005 en is geldig tot 2009;
b. onduidelijk is, of de bestaande rampbestrijdingsplannen voor DSM-Gist en het IRI sindsdien zijn geactualiseerd en opnieuw vastgesteld;
c. de risicokaart van de provincie Zuid-Holland (anno juli 2013) vermeldt Van der Helm Op- en overslag BV nog steeds als BRZO-plichtig (Bedrijf Risico’s Zware Ongevallen), dus risicovol bedrijf, waarvoor een rampbestrijdingsplan moet zijn opgesteld;
d. er dus onduidelijkheid bestaat over het aantal objecten waarvoor Delft, op grond van de wet, actuele rampbestrijdingsplannen gereed dient te hebben;
e. de in het Veiligheidsplan van de Veiligheidsregio Haaglanden opgesomde risico’s voor Delft, zijn niet of nauwelijks aangetroffen in het huidige Rampenplan voor Delft, evenals de risico’s van andere mogelijk kwetsbare objecten in onze gemeente; zoals straks boven en in de Spoortunnel; de mogelijke gevolgen van het transport gevaarlijke stoffen over het spoor (denk in dit verband aan b.v. de recente rampen in België, Canada en Spanje); verkeersveiligheid (mede vanwege de vele opbrekingen, afsluitingen en omleidingen in de stad), maar ook opstoppingen / (ketting)botsingen op de A13, b.v. nabij de Ikea.

Conclusie 3
Tijdens de commissievergadering kon de burgemeester geen antwoord geven op de vraag van onze fractie of vanaf 2009 het Rampenplan voor Delft is geactualiseerd en zo ja wanneer. Wij krijgen hierover nog nader bericht.

Tenslotte
Regionale veiligheid is zeker belangrijk en moet goed worden geregeld, maar als lokale partij wil Stadsbelangen Delft primair de lokale veiligheid goed geregeld hebben. Daar hebben onze inwoners recht op. Werk aan de winkel dus voor de burgemeester.

Fractie Stadsbelangen Delft

College overvraagt

De afgelopen jaren heeft Stadsbelangen het college voortdurend aan de tand gevoeld over financiële zaken. Vooral over budgetten die aan de raad werden gevraagd voor allerlei zaken en in het bijzonder als het ging  om geld voor personele kosten.   

Stadsbelangen kreeg vaak het verwijt van coalitiepartijen en het college dat wij ons te veel met details zouden bemoeien. Wij moesten ons toch vooral richten op de “grote” kaders. Ook in het kader van de Tweede Kamerverkiezingen en het te houden Referendum op 22 november as. werden weer budgetten opgevoerd die bij onze fractie grote vraagtekens opriepen. Voor simpele werkzaamheden  zouden omgerekend uurlonen van ca. € 100,– per uur moeten worden  betaald.   

Een mooi voorbeeld was in 2005 de pilot Stemmen in een Willekeurig  Stemlokaal. Stadsbelangen had hiervoor in het kader van de  gemeenteraadsverkiezingen 2006 het initiatief genomen. Het toenmalige  college raadde deze pilot af, want een dergelijk project zou minstens  € 50.000,– extra gaan kosten. Wij hadden hier toen al grote twijfels  over.   

De fractievoorzitter van de VVD mevrouw Steffen zei toen in  de raad (citaat): “Ik ga er vanzelfsprekend van uit dat de cijfers van de gemeente kloppen. Als we daar niet vanuit kunnen gaan, moeten we hier  niet zitten of het ambtelijk apparaat opruimen”. Inmiddels is wel gebleken dat raadsleden niet zomaar ergens vanuit kunnen  gaan en het college op de “mooie” blauwe ogen kunnen geloven. Achteraf  blijkt nu dat bedoelde pilot de gemeente Delft € 24.000,– extra heeft  gekost. Dat is nog hoog gezien het onderzoek dat bij diverse gemeenten werd  gehouden. Gemiddeld kwam men uit aan extra kosten per kiezer voor deze pilot op  € 0,15. Voor Delft zou dat dus een bedrag van
€ 11.250,– moeten zijn.   

Onze fractie constateert dat afdelingen binnen de gemeente Delft elkaar  waanzinnige en ook onredelijke bedragen in rekening brengen voor geleverde  diensten aan elkaar. Hierdoor worden budgetten kunstmatig opgeschroefd. Zou dat de reden zijn waarom Delft behoort tot één van de duurste gemeente  van ons land? Het college heeft de gevraagde budgetten voor de verkiezingen naar  aanleiding  van onze kritiek aanmerkelijk naar beneden bijgesteld. Het helpt dus toch. In ieder geval zal Stadsbelangen gevraagde budgetten kritisch  blijven beoordelen, want het college en de coalitiepartijen doen dat niet. Stadsbelangen neemt deze taak graag op zich en zal dit ook blijven doen.   
Fractie Stadsbelangen-Delft