Bom onder Ondernemersfonds?

Recentelijk heeft het bestuur van het Ondernemersfonds een enquête uitgevoerd onder de ondernemers om te zien of men tevreden is over dit fonds. Alle ondernemers en ook bijvoorbeeld sportverenigingen betalen via de OZB aanslag verplicht extra. Dit extra bedrag wordt door de gemeente overgemaakt naar het Ondernemersfonds.

Stadsbelangen Delft heeft met interesse het evaluatierapport gelezen en vond het schokkend te lezen dat het Ondernemersfonds van mening is, dat dit fonds moet worden voortgezet en daarmee de ondernemers verplicht extra op de OZB moeten bijdragen.

Als je het rapport kritisch leest, zou je zonder een woord van de tekst te veranderen, met hetzelfde gemak de conclusie kunnen trekken dat niet doorgegaan moet worden met het Ondernemersfonds.

Van de bijna 3.000 enquêteformulieren die zijn uitgezet onder ondernemers, zijn nog geen 300 formulieren terug ontvangen. Slechts 8% van de ondernemers hebben gereageerd. Afgevraagd moet worden of deze zeer beperkte respons representatief kan worden genoemd voor de conclusies die het Ondernemersfonds trekt op basis van het evaluatierapport. Ook de conclusie om hiermee door te gaan. Op geen enkele wijze was in het enquêteformulier de vraag gesteld of ondernemers en sportverenigingen van mening zijn dat dit fonds wel of niet moet worden voortgezet.

Een deel van de retour ontvangen formulieren gaf aan, dat er ondernemers zijn die niet eens weten dat zij via de OZB meebetalen aan dit fonds. Een aantal sportverenigingen hebben onze fractie laten weten helemaal geen idee te hebben dat zij meebetalen aan het Ondernemersfonds. Dat lijkt logisch, want dit staat ook niet apart vermeld op de OZB aanslag. Aan het aanslagbiljet kan dus niet worden afgeleid, of er een verplichte bijdrage wordt geleverd aan het Ondernemersfonds.

Ook over waar het geld aan wordt besteed, hebben ondernemers weinig invloed, behalve een beperkte groep ondernemers die zich graag laten zien op borrel- en netwerkbijeenkomsten. Waarom moet een open dag bij DSM door het Ondernemersfonds worden gefinancierd of elektrische laadpalen in de TU wijk? Het ligt toch meer voor de hand dat dergelijke  activiteiten voor wat betreft deze voorbeelden door respectievelijk DSM en de TU worden gefinancierd? En dan hebben we het nog niet over het mooie project ‘boerenkool met bubbels’. En dat in een tijd waar veel ondernemers moeite hebben hun hoofd boven water te houden, soms failliet gaan, maar wel mee moeten betalen aan speeltjes van enkelen.

Stadsbelangen Delft heeft in de raadsvergadering aangegeven dit jaar nog met de wethouder en raad in gesprek te willen gaan over dit evaluatierapport en dan pas voor 2014 een besluit te nemen over het al dan niet doorgaan met het extra innen van gelden bij ondernemers via de OZB. De wethouder zegde toe het evaluatierapport dit jaar nog aan de raad te sturen. Wat Stadsbelangen Delft betreft is het lang niet zeker, dat dit Ondernemersfonds op deze wijze moet worden voortgezet.

Lees hier het rapport:
evaluatierapport

Fractie Stadsbelangen Delft
Aad Meuleman

 

Regeling bestuurders oud nieuws

wachtkamerDe zogenaamde ophef die is ontstaan tegen voormalige wethouders over de wachtgeldregeling kan onder de noemer ‘voor de bühne ophef’ worden ondergebracht. Deze verplichte wettelijke wachtgeldregeling voor bestuurders is landelijk geregeld. Als voormalige bestuurders uit hun functie worden ontheven (vrijwillig of verplicht), dan hebben zij het recht om aanspraak te maken op deze regeling. In feite hetzelfde als iemand die ziek wordt of werkloos en recht heeft op een uitkering.

Deze wachtgeldregeling voor voormalige bestuurders is niet nieuw en zeker niet geheim. Elk raadslid en burger kan altijd kennis nemen van deze regeling. De hoogte van het uit te keren bedrag staat netjes in deze regeling vermeld. De gemeenten zijn verplicht hieraan uitvoering te geven.

Het feit dat voormalige bestuurders gebruik maken van deze regeling kan hen niet worden verweten, los van de vraag of je vindt dat deze regeling moet worden veranderd of dat er andere voorwaarden aan deze regeling moeten worden gesteld. (bijvoorbeeld sollicitatieplicht en duur van de uitkering)

Maar een discussie om deze wachtgeldregeling te veranderen, is vooral een discussie die in het Kabinet en de Tweede Kamer moet worden gevoerd. Een gemeenteraad heeft daar geen invloed op, behalve lokale partijen die ook in de Tweede Kamer zijn vertegenwoordigd. Zij kunnen dit onderwerp onder de aandacht brengen van hun Tweede Kamerleden. 

Als het Kabinet en de Tweede Kamer geen aanleiding zien dit onderwerp te bespreken, zal deze wachtgeldregeling niet worden veranderd. 

Er is vandaag de dag best aanleiding om weer eens kritisch deze regeling tegen het licht te houden, maar zo lang deze regelgeving van toepassing is, mogen en kunnen voormalige bestuurders daar gebruik van maken. Net zoals vrijwel iedereen in ons land gebruik maakt van zijn of haar recht. 

Over de wachtgeldregeling van raadsleden gaat de gemeenteraad wel. Er was tot december 2006 al jarenlang een wachtgeldregeling voor raadsleden van toepassing. Daarin was opgenomen dat raadsleden bij het beëindigen van hun raadslidmaatschap op aanvraag een financiële vergoeding konden krijgen als zij ten gevolge van het raadswerk andere betaalde werkzaamheden hadden verminderd of beëindigd.

In december 2006 werd voorgesteld deze regeling af te schaffen. Het argument daarvoor was dat er nimmer van deze regeling gebruik was gemaakt. Van een aantal raadsleden was bekend dat zij met het oog op deze afbouwregeling betaalde werkzaamheden hadden verminderd dan wel beëindigd. Stadsbelangen was het eens met het voorstel deze regeling af te schaffen, maar vond het onredelijk dat de zittende raadsleden door deze nieuwe regeling geen aanspraak meer zouden kunnen maken op een tegemoetkoming. Doordat deze wachtgeldregeling aan het begin van de raadsperiode er was, hadden sommige raadsleden betaalde werkzaamheden verminderd dan wel beëindigd. Daarnaast is het niet netjes om tijdens een raadsperiode de spelregels ineens te veranderen.

Daarom dienden wij met andere fracties een amendement in waarin werd voorgesteld om in de nieuwe verordening een overgangsbepaling op te nemen die alleen van toepassing was voor raadsleden die op 1 december 2006 deel uitmaakten van de gemeenteraad. De regeling zelf werd, met instemming van onze fractie, 
per 1 december 2006 afgeschaft.

Stadsbelangen Delft
Aad Meuleman