Plakken is pakken

Het aantal kinderen dat tegenwoordig een “etiket” opgeplakt krijgt wegens een gedragsstoornis of leerproblemen, stijgt de laatste tijd nog sneller dan dat de economie uit haar dip kruipt. Termen als ADHD, ADD, autisme, aspergersyndroom, dyslexie, dyscalculie, dyspraxie en PDD-NOS zijn een kleine greep uit het hedendaagse labeldoosje.*

Uit een enquête van het T.V.-programma Rondom 10 i.s.m. CNV Onderwijs onder ruim 2300 leraren van het Basisonderwijs blijkt dat vele klassen van de basisschool voor een kwart gevuld zit met kinderen die een etiketje opgeplakt hebben gekregen. Deze zogehete “zorgleerlingen” krijgen aansturing in de zin van speciale therapieën/trainingen of krijgen in het uiterste geval een medicatie opgelegd. In 2009 verstrekten alleen al de apothekers in ons land 865.000 keer medicijnen tegen ADHD in de vorm van Ritalin; dat is een stijging van 14% ten opzichte van 2008.

Leerkrachten van de (reguliere) basisscholen zijn van mening dat hun klas lijdt onder de aanwezigheid en toename van leerlingen met een gedragsstoornis of leerprobleem. Maar wat is er nu precies zo mis met deze “nieuwe kinderen”? Vroeger hoorde je niet van kreten als ADHD, dyslexie of autisme. Een kind was gewoon druk, verlegen, wel of niet zo slim. Als een kind zich niet als “gemiddeld” gedraagt, krijgt het nu al heel snel een etiket opgeplakt waar het de rest van zijn of haar leven mee moet doen.

Dat daardoor de weerstand tegen het ongenuanceerd etikettenplakken groeit is begrijpelijk en daar moet ook heel zorgvuldig mee omgegaan worden. Voor sommige aangeboren afwijkingen is geen medicatie op de markt verkrijgbaar. Een doeltreffende analyse van gedragsproblemen bij kinderen, helpt niet alleen het kind in kwestie, maar het kan ook voor ouders een steun zijn. Het vraagt slechts om grote professionaliteit van betrokkenen.

Als leerkrachten aangeven dat door de toename van het aantal zorgleerlingen in hun klas de aandacht voor de “gewone” leerling in het geding komt, dan kun je je misschien afvragen of we hier te maken hebben met een “probleemepidemie”. Uit eerder onderzoek is al gebleken dat veel leerkrachten zich op het pedagogisch-didactisch gebied onvoldoende voorbereid acht, als het gaat in de omgang met “zorgleerlingen”. En als de leerkracht wel over deze deskundigheid beschikt, dan wil men maximale ondersteuning in de vorm van onderwijsassistenten. Geschikt of ongeschikt? Elk kind heeft in deze maatschappij het recht om adequaat geholpen en behandeld te worden.

Wie heeft er nu echt een belang bij, dat een kind zo’n etiket opgeplakt krijgt?
De ouders die zo’n etiket kunnen gebruiken als excuus voor het onhandelbare of drukke gedrag van hun kind? De leerkracht die zo’n etiket goed kan gebruiken om extra financiële middelen (leerling gebonden budget) los te krijgen voor extra begeleiding in de klas? Of de Farmaceutische industrie, die er wel bij vaart als er weer een ADHD-etiket opgeplakt wordt? Want elke nieuwe afnemer van Ritalin is er weer eentje bij, terwijl een overmedicatie niet zonder gevaren is en een arbeidsongeschiktheid op latere leeftijd niet uitgesloten is. Hoe je het ook went of keert: etiketjes plakken is centjes pakken.

Hoe schadelijk zijn die etiketten voor kinderen?
Scholen voor het Speciale Onderwijs kunnen de toestroom van leerlingen met een etiket niet meer aan, met wachtlijsten als gevolg. Zodra een kind met etiket op het reguliere basisonderwijs “afgeschreven” is, wordt de gang naar Speciaal Onderwijs inwerking gezet. Dat gaat dikwijls gepaard met een grote papierwinkel aan formulieren, gedragsvragenlijst, handelingsrapporten, hulpverleningsverklaring, onderzoeksrapporten, onderwijskundige rapporten, diagnoseverklaringen en indicatiestellingen. Het vreet tijd en energie en ouders zien vaak door de papierwinkel het bos niet meer, maar willen uiteindelijk wel het beste voor hun kind.

In vele gevallen buigt de Commissie voor Indicatiestelling (CvI) ondergebracht bij een Regionaal Expertise Centrum (REC) zich over het belang van het kind. Als de aanvraag eenmaal door de ouders en de school is ingediend, spreekt het CvI zich in een periode van 8 tot 16 weken uit over een eventuele toelating.

Is het besluit positief, dan is de aanmelding bij een school voor Speciaal Onderwijs geen probleem. Is het besluit negatief, dan kunnen ouders binnen 6 weken bezwaar aantekenen. Door de vele regeltjes en procedures is het enorme tijdsbeslag waar scholen en ouders mee te maken krijgen, geheel niet in het voordeel voor het kind die behoefte heeft aan de juiste zorg en aandacht. Veelal zijn de problemen op de (reguliere) basisschool al zodanig opgestapeld, dat de situatie voor de betreffende “zorgleerling” al onhoudbaar is geworden. Zodra de CvI een positief besluit heeft genomen, kan het kind naar Speciaal Onderwijs, maar daar moet dan wel plaats zijn. Zolang er geen plaats is op Speciaal Onderwijs zal de “zorgleerling” genoodzaakt zijn binnen het reguliere onderwijs op zijn of haar beurt te wachten, want het is per slot van rekening leerplichtig.

Elk kind in deze maatschappij is niet gemiddeld, maar uniek. Elk kind in deze maatschappij heeft het recht op een efficiënte en juiste behandeling, zorg en aandacht. Het plakken van een etiketje blijft dikwijls niet zonder gevolgen, maar vraagt wel om de hoogst mogelijke zorgvuldigheid.

Stadsbelangen Delft

* Lijst met afkortingen
ADHD: Attention Deficit Hyperactivity Disorder, aandachtstekort/hyperactiviteitstoornis
ADD: Attention Deficit Disorder, aangeboren afwijking
Autisme: Pervasieve ontwikkelingsstoornis, aangeboren afwijking
Aspergersyndroom: Pervasieve ontwikkelingsstoornis, aangeboren afwijking
Dyslexie: Woordblindheid
Dyscalculie: Complexe rekenstoornis
Dyspraxie: Stoornis bij het correct verwerking van informatie
PDD-NOS: wordt ook wel atypisch autisme genoemd

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *