Geen enquête instrument

enqueteHet enquête verzoek zelf
Het verzoek van de heer Stoelinga om het enquête instrument in te zetten is op zichzelf een bijzonder verzoek te noemen. Te meer, omdat de heer Stoelinga in eerste instantie aangaf, de uitkomsten van een dergelijk onderzoek te willen gebruiken als onderbouwing voor zijn schadeclaim richting de gemeente. (eis: ruim € 600.000,– gemeenschapsgeld) In de raadsvergadering stelde de heer Stoelinga, dat hij de griffie had laten weten dat dit niet de reden was voor zijn verzoek. Hij zou dat per email hebben aangegeven. Het verzoek van de heer Stoelinga was mede ingegeven door de uitspraak van het Gerechtshof van Den Haag, dd. 16 maart 2010. 

Het enquête instrument is naar onze mening bedoeld om te onderzoeken hoe zaken in het verleden zijn gegaan, welke lessen daaruit geleerd kunnen worden en hoe we zaken voor de toekomst anders inregelen. Het wordt tijd dat deze kwestie, die de stad al jaren in haar greep houdt, politiek wordt afgerond. Een eventueel vervolg moeten advocaten van partijen onderling uitvechten in de toekomst. Stadsbelangen vindt het dan ook terecht dat de fractievoorzitters besloten een werkgroep in te stellen om een advies voor te bereiden richting raad over het verzoek van Stoelinga.

Procedure
Onze indruk is dat de werkgroep het verzoek van de heer Stoelinga serieus heeft onderzocht. Hem is gevraagd zijn verzoek concreet te maken. Dat heeft geleid tot een viertal hoofdvragen, die hijzelf onderzocht wilde hebben. Daarbij heeft de werkgroep zowel hem als het college de gelegenheid gegeven alle stukken, voor zover deze in het openbare dossier niet aanwezig waren, alsnog in te leveren bij de werkgroep. Dat hebben beiden gedaan én bevestigd.  Een dag voor de vergadering meldde de heer Stoelinga plotseling dat hij een you tube filmpje ‘vergeten’ was in te leveren. De raadsleden hebben allemaal, zij het in beslotenheid, de gelegenheid gehad dit filmpje te bekijken. Overigens is het bewuste filmpje ruim 6400 keer op you tube bekeken. Uiteindelijk ging het er dus om of de vier vragen, die de heer Stoelinga zelf onderzocht wilde hebben, het inzetten van een enquête instrument zou rechtvaardigen.

Advies
Inmiddels is gebleken dat het college alle stukken die betrekking hebben op dit dossier volledig openbaar heeft gemaakt. Behalve het procesverbaal waarbij een ambtenaar was betrokken. Stadsbelangen  is het met de werkgroep eens, dat de antwoorden op de vragen 2 en 3 te vinden zijn in het materiaal dat voorhanden is. Op basis van deze vragen is een enquête instrument niet nodig.

Voor wat betreft de vragen 1 en 4 vraagt de heer Stoelinga naar een oordeel van de gemeenteraad. Voor wat betreft vraag 1 heeft onze fractie in de raadsvergadering van november 2005 al een duidelijk oordeel gegeven over het interne onderzoek en mede een motie daarover ingediend. 

Over het interne onderzoek oordeelde Stadsbelangen in de raad van november 2005 als volgt:
(citaat raad november 2005) ‘Onze fractie vond het stuitend om te horen dat bij uw onderzoek de gesprekken met de acht ambtenaren niet schriftelijk zijn vastgelegd. Wij vinden dat een geweldig brevet van onzorgvuldig handelen, zowel aan de kant van de onderzoekers als aan de kant van de opdrachtgevers. Bij een kwestie die politiek zo gevoelig ligt, mag dergelijk amateurisme niet verwacht worden. Een opfriscursus voor het college hoe te handelen bij zorgvuldige onderzoeken ligt meer voor de hand dan een opfriscursus voor de ambtenaren.’

Een enquête onderzoek zou onze conclusie niet veranderen. Dat neemt niet weg dat de hoofdconclusie van destijds over vermeende corruptie nog altijd niet is bewezen dan wel dat de rechter een veroordeling heeft uitgesproken over Baljé. Sterker nog:  het Openbaar Ministerie zag destijds geen reden om oud wethouder Baljé te vervolgen voor corruptie en tot op de dag van vandaag is hij daarvoor ook niet veroordeeld. Dat neemt niet weg dat de handelswijze van deze oud wethouder wel degelijk onaanvaardbaar was. Ook daarover heeft Stadsbelangen in de raad van mei 2005 het volgende over gezegd.

(citaat)
‘Los van alle commotie van de laatste weken en hoe je ook mag denken over de manier waarop deze kwestie in de publiciteit is gebracht, zijn de werkwijze van de voormalige wethouder én de kwetsbaarheid van die werkwijze nadrukkelijk in beeld gebracht. Die werkwijze past naar onze mening niet bij de publieke functie van een bestuurder. Voormalig wethouder Baljé had zich dat moeten realiseren.’

De rechter mag in maart 2010 dan weliswaar vinden dat iemand zonder veroordeling beschuldigd en in feite publiekelijk veroordeeld mag worden, dit in het kader van vrije meningsuiting, maar dat wil niet zeggen dat onze fractie deze mening deelt. In mei 2005 zeiden wij daarover:
(citaat)
‘Wij kiezen niet voor een samenleving waarin mensen zonder enige vorm van privacy worden beschadigd en veroordeeld zonder dat beschuldigingen zijn bewezen of zonder dat de rechter hierover een oordeel heeft uitgesproken.’

Daarnaast hebben wij uitdrukkelijk aangegeven, dat misstanden altijd aan de orde moeten worden gesteld, maar wel binnen de daarvoor aangewezen mogelijkheden. De wijze waarop Leefbaar Delft dat destijds deed, zorgde ervoor dat Baljé de politieke arena voortijdig kon verlaten. Hierdoor kon hij politiek niet meer ter verantwoording worden geroepen. En dat was toen een gemiste kans.

In ieder geval meent onze fractie dat de werkgroep op zorgvuldige wijze tot een unaniem oordeel is gekomen en terecht adviseert om het enquête instrument, op basis van de vier hoofdvragen die de heer Stoelinga heeft gesteld, niet in te zetten.

Daarnaast zijn ook wij van mening dat een aantal zaken na de raadsvergadering van november 2005 qua discussie niet zijn afgerond. Het gaat dan over hoe zaken in het vervolg aan de orde te stellen, het  standaard inzetten van externe onderzoeken, hoe wordt omgegaan met het verstrekken van financiële vergoedingen aan raadsleden en bestuurders met betrekking tot gerechtelijke procedures. Het is goed dat de werkgroep dit advies aan de raad meegeeft. Het lijkt ons een goede zaak deze discussie over de aandachtspunten in januari te voeren en af te ronden.

Fractie Stadsbelangen Delft

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *