In de herfst van 2019 kwam het nieuwe Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (MPD2040) voor het eerst op de politieke agenda.

Er werden zgn. raadssessies georganiseerd, waarin raads- en commissieleden werden bijgepraat over de nieuwe plannen. Ook waren er enkele bewoners op komen dagen.

Verborgen in dit mobiliteitsplan zat ook de parkeertransitie, maar eigenlijk werd dit niet heel duidelijk besproken. Het ging vooral over het hele fenomeen mobiliteit.

Bij één van deze raadsessies was ook ik, samen met mijn buurvrouw aanwezig. Na een algemene bijeenkomst, werden er groepjes gevormd om te ‘discussiëren’.

Mijn buurvrouw en ik zaten in het groepje met raadsleden van de PvdA, de ChristenUnie, GroenLinks en een ambtenaar. Tot mijn verbazing kwam ineens het bewonersparkeren op tafel.

Bewoners zouden van straat moeten en in de garages parkeren. Hieronder het verloop van het gesprek, uit mijn herinnering uiteraard, het was tenslotte 2019.

Het raadslid van de PvdA zegt: “Kunnen we nou toch niet wat harder duwen tegen de bewoners.”
Waarop het raadslid van GroenLinks zegt: “Ja, maar het heeft geen draagvlak.”
Raadslid van PvdA: “Nou, als ze het dan niks vinden verhuizen ze toch?”
Raadslid GroenLinks: “Hahaha, ja dan zijn we van dat probleem ook af.”

Waarna ze door wilden met het gesprek, maar mij ineens zagen. Ik was serieus verbijsterd dat er zo over bewoners gesproken werd en dat heb ik ze natuurlijk duidelijk verteld.

Er werd wat schutterig gedaan, dat ik het verkeerd begrepen had en zo. Daarna is er nog een pittig emailcontact geweest. Maar zoals ik hen ook destijds heb verteld: “Ik heb gehoord wat ik heb gehoord en ik zal het nooit vergeten.”

Zo wordt er dus blijkbaar over bewoners gesproken, als lastige details in hun plannen.
Er werden dus zo’n drie raadssessies belegd, maar er ging geen woord richting de stad en haar inwoners. Op geen enkele wijze werd er moeite gedaan om de binnenstadbewoners hier duidelijk bij te betrekken.

Bezwaren en verzet
Eind mei 2020 kregen de raads- en commissieleden de stukken over de parkeertransitie pas in te zien. Die waren enorm uitgebreid en kwamen veel te laat. Hierdoor kwamen er protesten vanuit de oppositie.

Het was duidelijk dat het doel van het college was, om dit raadsvoorstel nog voor het zomerreces door de gemeenteraad te jagen. De oppositie gaf duidelijk aan, meer tijd nodig te hebben voor dit onderwerp. Per slot van rekening is parkeren een belangrijk onderwerp voor veel bewoners en grijpen veranderingen in beleid hier hard in.

Opstelling college
Het college had dit blijkbaar al voorzien en schrijft dan ook duidelijk: “Dat het ‘draagvlak voor parkeerregulering problematisch is en ze daarom hebben gekozen voor een ‘proactieve aanpak’, om parkeerproblemen te voorkomen.

Dit is ambtenaarsjargon voor: “We weten heel goed dat dit slecht valt en er heisa van komt, dus we informeren niet vooraf, maar overvallen de bewoners er gewoon mee.”

Intussen waren de snode plannen van het college tot de stad doorgedrongen en er kwam protest. Er werd een petitie gestart, een protest op de markt en een enquête onder bewoners die er niet om loog.

Er kwam een stroom van bezwaarbrieven, die gebundeld werden in 10 bundels. Nog nooit waren er zoveel bezwaarbrieven over één onderwerp bij de gemeente binnengekomen.

Collegebevoegdheid
Maar het college liet zich niet weerhouden om, ondanks dit alles, het voorstel door de raad te persen.

In dit voorstel stond ook de ‘delegatie van de bevoegdheid’ oftewel het overhevelen van bevoegdheid van de raad naar het college, de raad heeft dan als hoogste orgaan van de stad, geen beslissingsbevoegdheid meer en het college kan dan doen wat zij wil.

Het college trok dus gelijk de bevoegdheid van besluitvorming naar zich toe en zette zo de gemeenteraad buitenspel.

Bij het eerste overleg dat ik met de wethouder had, werd uitgelegd dat deze snelheid nodig was om procedurele redenen.

Nú zouden de gesprekken met de stad komen. Maar wat er ook kwam, die gesprekken kwamen er niet, op geen enkele wijze. De naam parkeertransitie werd veranderd in het sympathieke ‘Ruimte in de Binnenstad’. Dat klonk blijkbaar zoveel leuker.

De participatie?
Jaren hoorden we niets meer, totdat er ineens wat bewonersbijeenkomsten werden belegd waarin ‘onze wensen voor een andere inrichting’ werden opgeschreven. Maar bewoners wílden helemaal niet over een andere inrichting praten. Bewoners wilden meegenomen worden in het proces.

Zij wilden dat er geluisterd werd naar hun mening over deze transitie, dat er werd geluisterd naar wat dit voor veel mensen betekende.

Een voorbeeld:
Ik gaf aan dat er een grote groep is die slecht ter been is, maar die niet in aanmerking komt voor een gehandicaptenparkeerkaart, omdat de eisen daarvoor nu eenmaal heel streng zijn.

Antwoord van de ambtenaar: “Er komen plaatsen voor deelauto’s.”

Op mijn vraag of hij wel wist dat iemand met alleen AOW géén geld heeft voor een deelauto, dat een vreemde auto voor ouderen ‘niet prettig’ is, dat een auto voor een oudere het laatste stukje eigen regie is, wist hij natuurlijk geen antwoord te geven.

Omgevingsmanager
En zo modderde dit college door op de weg van een bedroevend slecht ingeslagen procesweg.

Er kwam een nieuwe ‘omgevingsmanager’. Nou kende ik deze man al jaren, dus wist dat het er niet beter op zou worden. En inderdaad, het werd niet beter.

Er werden wandelingen georganiseerd. Daar mochten bewoners vertellen of ze een bankje, fietsnietjes of een plantje wilden. Maar mensen wilden niet praten over een fietsnietje, niet over een bankje en niet over een plantje.

Bewoners wilden praten over het proces, wat deze plannen voor verandering van hun leven in de binnenstad betekende. Maar dát mocht niet van de omgevingsmanager, dát werd afgekapt.

Doordenderende collegetrein
In het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (MPD2040) staat duidelijk het volgende:

  • ‘Bewoners zouden moeten worden verleid om te parkeren in de garages.’
  • ‘En pas als blijkt dat de parkeerbehoefte op straat STRUCTUREEL daalt, pas dan wordt de parkeercapaciteit op straat weg gehaald’.

Dát was de belofte aan de stad, dát was waar de raad mee in stemde. Maar dat was níet wat het college in gedachte had.

Het moest sneller.

480 plekken
En zo kwamen onder andere de belangenverenigingen erachter, dat de plannen gewoon werden doorgezet en dat het plan was om 480 parkeerplekken op te heffen, per 1 januari 2025.

De gemeenteraad is dus willens en wetens op het verkeerde been gezet. De bewoners van de binnenstad zijn bewust buiten deze plannen gehouden en kregen pas informatie toen dit voorstel de raad al had gepasseerd.

De oppositie stemde massaal tegen, maar de brede coalitie stemde vóór en zo werd dit voorstel ondanks verzet, bezwaarbrieven, een petitie en een demonstratie gewoon door de raad geperst.

Zo staat de stad er nu voor
Een college die haar plannen wil doordrukken, terwijl er bezwaren liggen van zo‘n 400 bewoners, meer dan 200 ondernemers, 10 bundels met bezwaarbrieven en een petitie.

Een college dat zich straks weer naïef gaat afvragen hoe het nou toch  steeds komt dat mensen de politiek de rug toekeren en er geen vertrouwen meer in hebben.

Terwijl het volgende debacle over bewonersparticipatie zich al weer heeft aangediend: De bouwplannen rond de van Hasseltlaan, waar al weer 14 burgerbrieven over zijn binnengekomen.

Sonja Sint
Commissielid Ruimte en verkeer

Fractie Hart voor Delft.