Beginspraak versus referendum

ReferendumIn de commissie BLD werd afgelopen week het initiatiefvoorstel ‘Intrekken referendum’ van de VVD besproken. De fractie Stadsbelangen Delft staat onder voorwaarden niet negatief tegenover het initiatiefvoorstel van de VVD.  Hoewel de heer Ravindra Kiel, voorstander van het referendum, het mooi verwoordde, namelijk: ‘Het referendum is als een brandblusser: Je hoopt dat je hem niet nodig hebt, maar wilt hem wel graag in huis hebben voor het geval dat…, vindt Stadsbelangen dat je ervoor moet zorgen dat er geen brand kan ontstaan. Dan heb je ook geen brandblusser nodig.  

Op zichzelf is het goed dat volksvertegenwoordigers voor hun oordeelsvorming de mening van burgers willen weten. Daarom wil Stadsbelangen Delft dat de inwoners nog meer aan de voorkant van het proces bij plannen worden betrokken. Dat zou een goed alternatief moeten zijn voor het referendum. Dit naast andere middelen, zoals een internetpool of een burgerpanel. Ook kunnen fracties bezoeken afleggen, spreekuren houden en op andere manieren de bevolking raadplegen. Bovendien is onze ervaring dat inwoners de politiek altijd weten te vinden als men dat nodig vindt.

Onlangs is op initiatief van enkele raadsleden, die geen meerderheid in de gemeenteraad wisten te behalen, getracht om alsnog een referendum af te dwingen inzake het nieuw te bouwen stadskantoor. Het is een jarenlang lopend proces met de nodige centimeters dossiers. Je kunt niet op het laatste moment hierover een referendum houden. Het is een complex dossier met veel integraliteit. Als je niet jarenlang bent meegegaan in dit dossier, ontbreekt de deskundigheid om hier iets zinnigs over te zeggen.

Populistische fracties zouden dan mogelijk een referendum willen beïnvloeden met de vraagstelling: ’80 miljoen voor een stadhuis of het openhouden van een filiaal van een bibliotheek, buurthuis etc.’ De uitkomst is dan voorspelbaar, maar wat de negatieve effecten zijn, wordt niet nader toegelicht. De reden dat Stadsbelangen Delft toen wel het positieve advies van de referendumkamer overnam, had te maken met het feit dat de referendumkamer positief adviseerde en het instrument referendum voor onze inwoners bestond. De partijen, die nu volop pleiten voor het handhaven van dit instrument, onder andere D66 en PvdA, ontnamen de inwoners toen het bestaande recht. Referendum dus als het hen uitkomt. Dat ging onze fractie te ver.

Stadsbelangen Delft vindt dat het referendum  op gespannen voet staat met de vertegenwoordigende democratie. Het functioneren van de democratie in ons land is gebaseerd op het staatsrechtelijke principe van volksvertegenwoordiging. Gekozen burgers in de diverse volksvertegenwoordigingen nemen, namens de kiezers, besluiten die bindend zijn voor de samenleving. Een referendum, zijnde een soort enquête onder kiezers over een bepaald onderwerp, staat met dit principe op gespannen voet.

Ten eerste kan een referendum gezien worden als een zekere ontkenning, of in elk geval een ongewenste relativering van de bevoegdheid van de gekozen volksvertegenwoordiging om zelfstandig besluiten te nemen. De raad kan en mag juist zelfstandig besluiten nemen, omdat hij daarvoor gekozen is.

Ten tweede vindt er bij een referendum geen afweging plaats van het betreffende onderwerp tegen andere zaken die aan de orde zijn, terwijl deze integrale afweging nu juist een essentieel onderdeel is van de politieke besluitvorming in de gemeenteraad. Daarnaast is de problematiek doorgaans te gecompliceerd om deze in een referendumvraag genuanceerd aan de orde te kunnen stellen. Dit maakt het instrument ongeschikt voor beslissingen over integrale vraagstukken

Een referendum brengt de volksvertegenwoordigers in lastige en vrijwel onoplosbare dilemma’s. Wat moet namelijk zwaarder wegen? De opvatting van de meerderheid van de raad of die van de meerderheid van referendumstemmers? Een referendum zou hoogstens verdedigbaar kunnen zijn als uiterste middel in zeer fundamentele kwesties, waarbij de opvattingen door de partijen heen lopen en waarin de reguliere volksvertegenwoordiging zich wil verzekeren van bekendheid met de opvatting van de meerderheid van de bevolking, alvorens een beslissing te nemen (raadgevend referendum).

Het instrument referendum wekt verwachtingen over zeggenschap bij burgers die niet kunnen worden waargemaakt. Ook bezien vanuit de bevolking is een referendum geen goed instrument. Het suggereert dat de bevolking zeggenschap heeft, terwijl staatsrechtelijk alleen het vertegenwoordigende orgaan bevoegd is om het besluit te nemen. Een ‘bindend’ referendum, waarbij het bestuursorgaan op voorhand de uitslag van het referendum volgt, is in feite in strijd met de Grondwet. Een referendumverordening wekt dan ook een onterechte verwachting bij de bevolking en dat is ongewenst. Bovendien zijn voor  minder complexe vraagstukken  voldoende andere middelen om de bevolking te raadplegen

Stadsbelangen Delft wil vooralsnog niet zomaar afscheid nemen van het referendum in onze stad. Wij willen dat beginspraak eerst goed ingeregeld en geborgd moet zijn. In mei 2012 wordt hierover in de commissie gesproken. Afhankelijk van de discussie dan, kan bezien worden of intrekking van het referendum aan de orde kan zijn.

Fractie Stadsbelangen Delft
Wim de Koning

Raad 25 augustus 2011

raadzaalTijdens de gemeenteraadsvergadering stonden onder andere het initiatiefvoorstel over het niet bouwen van het Nieuwe Kantoor, het inleidend referendumverzoek en het advies van de referendumkamer op de agenda. 

Stadsbelangen vond dat deze voorstellen niet inhoudelijk besproken konden worden. In de gemeenteraadsvergadering van 30 juni 2011 heeft de wethouder een extern onderzoek aangeboden naar de onderbouwing van de kosten die gemoeid zijn bij optie 4. Juist om een compleet beeld te krijgen over de financiële consequenties voor Delft als het Nieuwe Kantoor niet zou worden gebouwd. De raad is hiermee akkoord gegaan. 

Daarnaast hebben een aantal fracties, waaronder de fractie van Oort, ambtelijke bijstand gevraagd om een onderzoek te doen naar de exploitatiekosten, omdat hierover onduidelijkheid bestaat dan wel een verschil van mening is. 

Van beide onderzoeken worden de resultaten verwacht in september. Daarbij kwam nog de onduidelijkheid, die ontstond tijdens de gemeenteraadsvergadering, over de referendumverordening.  Bovendien vonden wij, dat als het tot een referendum zou komen over dit onderwerp, de inwoners correct en compleet geïnformeerd moesten worden over deze materie. Dat zou ook het belang moeten zijn van de indieners van het inleidend referendumverzoek en de indieners van het initiatiefvoorstel, tenzij zij er op uit zijn de inwoners met halve waarheden om de tuin te willen leiden. Iets wat wij ons niet konden voorstellen. 

Er ontbrak dus belangrijke informatie om tot een afgewogen oordeel over deze voorstellen te kunnen komen. Informatie die, theoretisch gezien, zelfs zou kunnen leiden tot een besluit van de raad om het Nieuwe Kantoor niet te bouwen. Dan zou een referendum niet eens nodig zijn en bespaart een hoop onnodige kosten. Tenzij er burgers zijn die het Nieuwe Kantoor wel zien zitten en hiervoor een inleidend referendum verzoek willen doen. Dat is dan gewoon een kwestie van een raadslid vinden die een initiatief voorstel wil schrijven. 

Dat een latere bespreking van deze voorstellen mogelijk, als het tot een referendum komt, kan leiden tot vertraging van de aanbestedingsprocedure met alle financiële consequenties die daar aan vastzitten, is vervelend. Maar nog vervelender is als een gemeenteraad besluiten neemt op basis van onvolledige informatie. De gemeenteraad zou zich daarmee diskwalificeren.  

Reden waarom wij het ordevoorstel van D66 volgden. Beide agendapunten worden nu inhoudelijk besproken tijdens de gemeenteraadsvergadering van 22 september 2011.    

Stadsbelangen is ook ingegaan op de situatie die in de afgelopen weken is ontstaan. Een situatie waarvoor wij het college in de raadsvergadering van juni jl. al hebben gewaarschuwd. In november 2010 niet willen luisteren naar de inbreng van enkele fracties in deze raad, een half jaar later met een ommezwaai komen en je dan vervolgens beroepen op het kritieke pad qua planning.

De meerderheid van de raad heeft besloten een acceptabel advies van het presidium naast zich neer te leggen en de raadsvergadering vanavond door te laten gaan. Onder druk van een minderheid van de raad. Het wordt tijd dat de fractievoorzitters nu zelf deel uit gaan maken van het presidium. Wij opperden dat al in april jl. tijdens het fractievoorzitteroverleg. Dit is zo geen werken meer.

De huidige situatie zou ook een ongewenste triller kunnen zijn met als titel: ‘Jeroen krijgt zijn zin niet.’ De hoofdfiguur in het boek oogt hierbij als een klein kind dat zijn zin niet krijgt en stampvoetend probeert democratisch genomen besluiten onderuit te halen en er ook niet voor terugdeinst de integriteit van mensen in deze kwestie ter discussie te stellen en zelfs met een rechtszaak dreigt. De heer van Oort (nog steeds lid van het CDA) heeft als raadslid met zijn actie in onze ogen een brevet van ongeloofwaardig afgegeven. Zelf om een onderzoek vragen, dat kost geld, en tegelijkertijd niet geïnteresseerd zijn in het resultaat van het door hem zelf gevraagde onderzoek.

De beide indieners van het inleidende referendumverzoek (ook CDA leden), overigens hebben zij het recht een dergelijk verzoek in te dienen, wilden iedereen tijdens de bijeenkomst van de referendumkamer laten geloven dat zij al een hele tijd het idee hadden om een referendum te houden over het Nieuwe Kantoor en toen aan de heer van Oort hebben gevraagd of hij een initiatiefvoorstel wilde schrijven. Bijzonder om het omdraaien van feiten als waarheid te verkondigen.

De heer van Oort heeft als gemeenteraadslid aantoonbaar vanaf het begin het initiatief en de regie gevoerd bij het mogelijk tot stand komen van een referendum over dit onderwerp. Het kan en mag allemaal en of een raadslid zich hiervoor moet lenen, is een andere vraag, maar zeg gewoon eerlijk hoe het proces is verlopen.

Het lijkt er op dat een vete binnen de gelederen van het CDA in Delft wordt uitgevochten over de rug van de Delftse gemeenteraad en de inwoners van onze stad. De vraag werpt zich op of het CDA onder deze omstandigheden nog wel deel uit kan maken van de coalitie en het college. Stadsbelangen vindt van niet. Wij vragen het CDA dan ook zich terug te trekken uit de coalitie en het college. Wij adviseren het CDA eerst hun interne problemen op te lossen. De tweestrijd binnen het CDA kan en mag niet ten koste gaan van het besturen van onze stad.     

Stadsbelangen heeft tijdens de raadsvergadering van juni 2011 haar voorkeur uitgesproken voor het niet bouwen van het Nieuwe Kantoor. Een standpunt dat wij nog steeds innemen, maar wij zijn ook akkoord gegaan met het aanbod van het college om de onderbouwing van de kosten van optie 4 (het niet bouwen) nog eens extern te laten toetsen. Daarnaast doen wij samen met andere fracties een onderzoek naar de exploitatiekosten. Zodra de resultaten van deze twee onderzoeken bekend zijn, zullen wij een definitief standpunt innemen over het inleidend referendum verzoek en het initiatiefvoorstel. Zorgvuldig en op basis van complete informatie. Dat mogen de raad en de inwoners van onze stad verwachten van een lokale partij als Stadsbelangen.

Fractie Stadsbelangen Delft
Aad Meuleman