Digitale bezoekerskaart discutabel

digitaal (450x130)Met de nota parkeerbeleid wil het college de digitale bezoekerskaart invoeren in plaats van de huidige bezoekerskaart. Bewoners met een parkeervergunning mogen maximaal 400 uur per jaar gebruik maken van deze digitale bezoekerskaart. Zodra het bezoek is gearriveerd, moet de bewoner het kenteken van zijn of haar bezoeker digitaal dan wel telefonisch (extra kosten voor de bewoner) aanmelden bij de gemeente. Daar vindt direct registratie plaats en als het bezoek weer weggaat, moet de inwoner zijn bezoek afmelden. Dat moet iemand niet vergeten, want dan loopt de ‘urenmeter’ door. 

Stadsbelangen Delft heeft problemen met de invoering van de digitale bezoekerskaart. In de eerste plaats omdat de gemeente nu wil bepalen hoeveel uur bezoek per jaar een inwoner mag ontvangen. Het voelt als een broodbon, waarvoor mensen in de rij moeten staan. Bij inlevering van een bon, kun je maar één brood krijgen. Dit nog los van de vraag op basis waarvan het aantal uren van 400 is bedacht. Het raakt hier bovendien de vrijheid van mensen.  

Een andere vraag is hoe het zit met de privacy wetgeving. Immers een inwoner levert straks bij de gemeente, met het doorgeven van het kenteken van zijn bezoeker, indirect feitelijk aan wie hem komt bezoeken, op welke dag en hoe laat. Wij kunnen ons niet voorstellen dat de fracties, die tegen bijvoorbeeld cameratoezicht zijn in het kader van privacy, hier zomaar aan voorbij gaan.

Stadsbelangen Delft heeft hier naar gevraagd tijdens de commissievergadering SVR en volgens de wethouder zit het wel goed met de privacy wetgeving in relatie tot de digitale bezoekerskaart. Stadsbelangen Delft heeft twijfels en wil voor de raadsvergadering van april 2013 hierover duidelijkheid hebben. 

Vooralsnog vindt Stadsbelangen Delft de invoering van de digitale bezoekerskaart geen goed idee en zal, als zaken niet worden aangepast of duidelijkheid wordt verkregen, hiermee ook niet akkoord gaan. 

Fractie Stadsbelangen Delft
Aad Meuleman

‘Gedragscode decoratie prullenbak’

prullebakSinds de invoering van het lokale dualisme in 2002 werden de gemeenteraden in Nederland wettelijk verplicht om een gedragscode vast te stellen. Een code waarin iedere gemeenteraad met elkaar afspraken moest maken en vastleggen over hoe men in de desbetreffende gemeenteraad onder andere met elkaar wenste om te gaan. Doel hierbij was dat iedereen zich ook aan de vastgestelde gedragscode zou houden. Overigens geen juridisch document. 

Vanaf de invoering van de wettelijk verplichte gedragscode, heeft deze code geleid tot allerlei gedoe, omdat er altijd wel een aantal gemeenteraadsleden te vinden zijn, die zich willens en wetens, terecht of niet terecht, niet aan de vastgestelde gedragscode wensen te houden. En wat doet een gemeenteraad dan.

Ik denk nog wel eens terug aan het monistische stelsel. Dat stelsel kende geen wettelijke verplichte gedragscode, waren er wel wat geschreven en ongeschreven regels, werden felle discussies gevoerd, maar hoefde niemand zich zorgen te maken over omgangsvormen. Iedereen hield zich simpel aan de geschreven en ongeschreven regels. Gewoon zoals volwassen mensen en zeker raadsleden horen te doen. Vrijwel nooit gedoe.     

Stadsbelangen heeft zich in de afgelopen jaren steeds kritisch opgesteld over deze gedragscode, want wat heb je aan een gedragscode als er geen handhavinginstrumenten zijn. Dit nog los van de gedachte dat het te zot voor woorden is, dat volksvertegenwoordigers met elkaar moeten afspreken hoe zij met elkaar zouden moeten omgaan.

Recentelijk heeft de Minister van Binnenlandse Zaken de Delftse gemeenteraad geantwoord naar aanleiding van een voorbeeld die aan haar was voorgelegd. Het ging hierbij om het feit dat raadsleden burgers hadden bijgestaan bij een gerechtelijke procedure tegen de gemeente. Ook voerde een raadslid het woord bij de bezwaarcommissie, terwijl hét podium van een raadslid toch de gemeenteraadsvergadering is. In de Delftse gedragscode is afgesproken dat raadsleden burgers niet bijstaan bij de bezwaarcommissies. Dit met het oog op mogelijke tegenstrijdige belangen.

Ook werd in het voorbeeld aan de minister gevraagd hoe zij aankeek tegen een situatie, waarbij raadsleden kosten voor juridische bijstand van burgers, die een procedure tegen de gemeente voeren, voor hun rekening nemen. Het antwoord van de minister was bijzonder. Wettelijk mag het allemaal, maar of het wenselijk is, dat raadsleden dergelijke acties uitvoeren, was zeer de vraag. De minister adviseerde om dit te regelen in de gedragscode en als een raadslid zich daaraan niet houdt, het betreffende raadslid hierop aan te spreken. 

Conclusie is dus, dat volgens de minister de raadsleden elkaar tot Sint Juttemis kunnen blijven aanspreken als men zich niet houdt aan afspraken, die in de gedragscode zijn vastgelegd. Verder dan dat zijn er geen handhavinginstrumenten beschikbaar. Hiermee kan de gedragscode worden afgevoerd. We hoeven voortaan dus geen onnodige energie meer te besteden aan zaken die veel energie kosten en uiteindelijk nergens toe leiden. De raad kan dan weer al haar energie gebruiken voor zaken waar écht energie aan besteed moet worden.

Mijn voorstel zou zijn om de gedragscode aan te passen en daarin één zin op te nemen, namelijk: ‘We spreken af, dat we niets afspreken’. Vervolgens de gedragscode netjes inlijsten, bijvoorbeeld ‘Delfts Blauw’ lijstje, en bewaren op een mooie plek, namelijk:
‘de prullenbak.’ 

Aad Meuleman