Webcolumn: Sollicitatie transparanter

geheim (800x600)De hele heisa rond de sollicitatieprocedure voor de functie van burgemeester in Roermond vraagt om nog eens kritisch naar deze procedure te kijken. Vooral naar het overdreven geheimzinnige gedoe rond sollicitatieprocedures bij dergelijke vacatures. 

Op basis van de huidige regels was de betreffende wethouder als adviseur toegevoegd aan de vertrouwenscommissie en was daarmee gebonden aan de vertrouwelijkheid en geheimhouding die op dergelijke commissies van toepassing is. In dat kader was contact met een kandidaat dus niet aan de orde. Formeel en op basis van de huidige regelgeving fout, maar wat is nu het probleem?

Als je kijkt naar sollicitatieprocedures in onze maatschappij, dan zie je vooral dat, zeker in hogere functies, vacatures vaak al informeel zijn ingevuld voordat de sollicitatiebrief is geschreven. Sollicitaties zijn vaker het gevolg van goed netwerken vooraf en sollicitanten bereiden zich goed voor door het inwinnen van informatie. Bijvoorbeeld bij mensen die bij het bedrijf werken, waar men wil solliciteren en die zij kennen of door vooraf informatie in te winnen bij het bedrijf zelf. 

Zeker bij een sollicitatieprocedure voor het burgemeesterschap zullen kandidaten zich zo goed mogelijk voorbereiden. Wat speelt er zich af in de betreffende gemeente, wat is daar belangrijk etc. Daarnaast wordt het functieprofiel, wat verwacht men van een nieuwe burgemeester, publiekelijk door de gemeenteraad bediscussieerd en vastgesteld. Kandidaten kunnen bij wijze van spreken bij voorbaat al de vragen van de vertrouwenscommissie grotendeels zelf invullen. 

De overdreven reacties deze week over de procedure in Roermond zijn in feite hypocriet te noemen. Iedereen weet zo langzamerhand in het politieke landschap dat landelijke partijen simpelweg op de hoogte zijn van welke kandidaat (namens hun partij) bij welke gemeente solliciteert. Achter de schermen wordt daar ’in de achterkamer’ over gesproken en contacten met partijgenoten in de betreffende gemeente vinden gewoon plaats. Niks bijzonders en zeker niet afwijkend van andere sollicitatieprocedures in onze maatschappij. 

Waarom er zo hypocriet wordt gedaan over deze procedure is de vraag. Men stelt dat als een kandidaat wordt afgewezen, dit mogelijk consequenties kan hebben voor de functie die een kandidaat op dat moment uitoefent. Daarnaast zou een afwijzing niet goed zijn voor het CV van de betreffende sollicitant.   

Een afwijzing betekent per definitie niet dat iemand niet geschikt is, maar dat de keuze van een vertrouwenscommissie uitgaat naar een andere kandidaat. Bovendien als een sollicitant goed functioneert in zijn of haar huidige functie, betekent een afwijzing bij een sollicitatie niet, dat de betreffende persoon ineens minder gaat functioneren in zijn of haar huidige functie. 

De wens om te veranderen van baan is een normale gang van zaken. Daar is niets verkeerd aan. Tijd om deze procedure en de hele geheimzinnigheid daarom heen eens tegen het licht te houden en aan te passen aan de eisen van deze tijd. Gewoon transparant! Scheelt een hoop gedoe.

Aad Meuleman

‘Gedragscode decoratie prullenbak’

prullebakSinds de invoering van het lokale dualisme in 2002 werden de gemeenteraden in Nederland wettelijk verplicht om een gedragscode vast te stellen. Een code waarin iedere gemeenteraad met elkaar afspraken moest maken en vastleggen over hoe men in de desbetreffende gemeenteraad onder andere met elkaar wenste om te gaan. Doel hierbij was dat iedereen zich ook aan de vastgestelde gedragscode zou houden. Overigens geen juridisch document. 

Vanaf de invoering van de wettelijk verplichte gedragscode, heeft deze code geleid tot allerlei gedoe, omdat er altijd wel een aantal gemeenteraadsleden te vinden zijn, die zich willens en wetens, terecht of niet terecht, niet aan de vastgestelde gedragscode wensen te houden. En wat doet een gemeenteraad dan.

Ik denk nog wel eens terug aan het monistische stelsel. Dat stelsel kende geen wettelijke verplichte gedragscode, waren er wel wat geschreven en ongeschreven regels, werden felle discussies gevoerd, maar hoefde niemand zich zorgen te maken over omgangsvormen. Iedereen hield zich simpel aan de geschreven en ongeschreven regels. Gewoon zoals volwassen mensen en zeker raadsleden horen te doen. Vrijwel nooit gedoe.     

Stadsbelangen heeft zich in de afgelopen jaren steeds kritisch opgesteld over deze gedragscode, want wat heb je aan een gedragscode als er geen handhavinginstrumenten zijn. Dit nog los van de gedachte dat het te zot voor woorden is, dat volksvertegenwoordigers met elkaar moeten afspreken hoe zij met elkaar zouden moeten omgaan.

Recentelijk heeft de Minister van Binnenlandse Zaken de Delftse gemeenteraad geantwoord naar aanleiding van een voorbeeld die aan haar was voorgelegd. Het ging hierbij om het feit dat raadsleden burgers hadden bijgestaan bij een gerechtelijke procedure tegen de gemeente. Ook voerde een raadslid het woord bij de bezwaarcommissie, terwijl hét podium van een raadslid toch de gemeenteraadsvergadering is. In de Delftse gedragscode is afgesproken dat raadsleden burgers niet bijstaan bij de bezwaarcommissies. Dit met het oog op mogelijke tegenstrijdige belangen.

Ook werd in het voorbeeld aan de minister gevraagd hoe zij aankeek tegen een situatie, waarbij raadsleden kosten voor juridische bijstand van burgers, die een procedure tegen de gemeente voeren, voor hun rekening nemen. Het antwoord van de minister was bijzonder. Wettelijk mag het allemaal, maar of het wenselijk is, dat raadsleden dergelijke acties uitvoeren, was zeer de vraag. De minister adviseerde om dit te regelen in de gedragscode en als een raadslid zich daaraan niet houdt, het betreffende raadslid hierop aan te spreken. 

Conclusie is dus, dat volgens de minister de raadsleden elkaar tot Sint Juttemis kunnen blijven aanspreken als men zich niet houdt aan afspraken, die in de gedragscode zijn vastgelegd. Verder dan dat zijn er geen handhavinginstrumenten beschikbaar. Hiermee kan de gedragscode worden afgevoerd. We hoeven voortaan dus geen onnodige energie meer te besteden aan zaken die veel energie kosten en uiteindelijk nergens toe leiden. De raad kan dan weer al haar energie gebruiken voor zaken waar écht energie aan besteed moet worden.

Mijn voorstel zou zijn om de gedragscode aan te passen en daarin één zin op te nemen, namelijk: ‘We spreken af, dat we niets afspreken’. Vervolgens de gedragscode netjes inlijsten, bijvoorbeeld ‘Delfts Blauw’ lijstje, en bewaren op een mooie plek, namelijk:
‘de prullenbak.’ 

Aad Meuleman