Impulsief Referendumverzoek

referendumEen college dat niet wil horen, moet het dan maar voelen. Niet zo verwonderlijk dat er krachten in onze stad los komen, die zich gaan bemoeien met de bouw van het Nieuwe Stadskantoor. Weliswaar rijkelijk laat, maar toch.

Het is duidelijk dat over het inleidend referendumverzoek niet goed is nagedacht. Impulsief iemand voor het karretje spannen om een verzoek in te dienen, zorgen dat jezelf met de foto in de krant komt, want dat is belangrijk, en vervolgens het laten afweten als volksvertegenwoordiger in de gemeenteraadsvergadering. 

En zo kan het gebeuren dat er een inleidend referendumverzoek  gaat over een voorstel dat niet voorligt. Een domme en misleidende actie, waarbij onze inwoners ook nog eens op het verkeerde been worden gezet.

De referendumkamer heeft naar onze mening op zorgvuldige wijze dit inleidende verzoek beoordeeld en is tot een zuivere afweging van dit verzoek gekomen en ook tot een helder advies. Een advies dat onze fractie volgt.

Toch nog een opmerking over het spoedeisende karakter dat het college als argument naar voren bracht bij de referendumkamer. Wij zijn van mening dat het college het voorstel inzake het Nieuwe Kantoor zelf spoedeisend heeft gemaakt door de gemeenteraad zo laat met dit voorstel te confronteren. Het lijkt erop dat dit een bewuste vooropgezette actie van het college is geweest. Het is dan ook terecht dat de referendumkamer dit argument niet zwaar heeft gewogen.

Overigens betekent dit terechte advies van de referendumkamer nu, niet dat het college de vlag kan hijsen. Een college dat niet wil horen, zal het zeker in de toekomst gaan voelen.

Fractie Stadsbelangen Delft
Aad Meuleman

“Reveille”

Vorige week zaterdag werd ik opgebeld door Ome Jan de Melkboer, de man, die jaren geleden elke dag melk bezorgde mij mijn vader en  moeder. In 1985 nam hij afscheid. Jarenlang had hij ons en de buren voorzien van heerlijke verse melk. Bij de receptie in verband met zijn  afscheid werd hij verrast met een Koninklijke Onderscheiding.   

Hij informeerde naar een eventuele reactie van Burgemeester Verkerk op mijn verbazing in 2006 en 2007, dat slechts gedecoreerden vanaf 1996  werden uitgenodigd voor een bijeenkomst in het stadhuis. Het enige dat  ik hem kon melden was, hetgeen ik officieus had vernomen, dat de  accommodatie te klein zou zijn als een ieder werd uitgenodigd. Maar, wat  ik ook had begrepen, dat de opkomst niet al te groot was en dat de  burgervader zijn zienswijze voor wat betreft het jaartal heeft gewijzigd.   

“Het is nu vanaf 1986, ome Jan” kon ik hem verheugend vertellen.  “Maar, Aad, hoe komt hij nu weer aan het jaar 1986, want ik kreeg mijn  lintje in 1985” antwoordde Ome Jan verbouwereerd. Op deze vraag had  ik evenals in de voorafgaande jaren geen antwoord. Het enige, dat ik  kon verzinnen: “de heer Verkerk heeft zijn eerder ingegeven jaartal verminderd met de optelsom van de leeftijden van zijn kat (6) en zijn  goudvis (4) en zodoende uitkwam op 1986”.    Ome Jan begreep de humor even niet en reageerde: “die man is knettergek”.  Eerst zweeg ik, maar later in het gesprek kon ik Ome Jan ervan overtuigen, dat hij op deze wijze een politicus niet mocht typeren, alhoewel hij  terecht  hierna tegensputterde dat hij deze woorden enkele maanden geleden in de  Tweede Kamer had gehoord. “Ik kan dan wel door hem bij de domme burgers worden ingedeeld, maar ik ben nog wel wijs genoeg om dit niet te  begrijpen, en Aad, wij vieren gewoon weer op onze eigen wijze, zoals vroeger,  de reveille” beëindigde Ome Jan ons gezellige gesprek. Aad Bonthuis