Het kijkje in de keuken bij Perspektief

Afgelopen donderdag werden de commissieleden van Sociaal Domein en Wonen uitgenodigd om een presentatie bij te wonen over de ingezette koers van Perspektief. De koers die is gericht op het gezond krijgen van de financiën en het optimaliseren van de kwaliteit van de zorg. Daarna mochten wij een kijkje nemen bij de nachtopvang aan de Spoorsingel 8. De vorige presentatie, 2 jaar geleden, was niet positief. Iedereen had er toch een hard hoofd over in hoe het nu ging. Met deze sombere vooruitzichten nog in het achterhoofd togen Sylvia en ik rond 18.00 uur naar het Stadskantoor voor het eerste deel van die avond. De presentatie die werd gegeven door Miriam Heringa (één van de bestuurders).

Wat altijd opvalt aan de medewerkers van Perspectief is, dat ze altijd vrolijk kijken. We werden dan ook hartelijk ontvangen en de meeste leden van de commissie SDW waren aanwezig evenals meerdere leden van de Raad van Bestuur.

De presentatie liet zien dat er gebouwd is aan de toekomst en een nieuwe koers is uitgezet. Dit bleek geen gemakkelijke opgave te zijn geweest met de pandemie (Corona) en daarbij ook een krappe arbeidsmarkt. Dan toch ‘de winkel’ openhouden en ervoor zorgen dat de juiste zorg op de juiste plek wordt gegeven, is een prestatie. Ga er maar aan staan. Er is afstand genomen van de gecombineerde locaties en er is gekeken naar wie, waar en met welke expertise de koers vormgegeven moest worden. De gemeenten Delft, Den Haag Rotterdam en GGZ Delfland zijn de ketenpartners en bouwen mee aan een gezonde cultuur.  Er is veel bereikt in de afgelopen twee jaar. Er is een gezonde bedrijfsvoering en de kwaliteit is in orde.
Meer lezen

Discriminatie NOOIT!

discriminatieOf de fractie van Oort op 23 februari 2012 in dezelfde gemeenteraadsvergadering aanwezig is geweest als onze fractie kan men zich afvragen. Op zijn website schrijft van Oort: ‘ Delftse  Raad neemt geen stelling tegen Meldpunt Midden- en Oost-Europeanen.’ Dit omdat zijn motie, waarin werd gevraagd aan de burgemeester om een brief te sturen aan minister-president Rutte met het verzoek om publiekelijk afstand te nemen van het meldpunt, geen  meerderheid kreeg. 

Vrijwel alle fracties hebben in de raadsvergadering aangegeven tegen elke vorm van discriminatie te zijn. Stadsbelangen heeft letterlijk tijdens het debat gezegd: ‘Onze fractie was, is en blijft tegen discriminatie.’ Duidelijker kan het standpunt van onze fractie niet worden verwoord. 

De motie van van Oort, hoe begrijpelijk en sympathiek, vraagt aan de minister-president afstand te nemen van de individuele actie van de PVV. Rutte heeft al laten weten, ook op aandrang van een aantal Tweede Kamer fracties, geen uitspraak over deze individuele actie te willen doen en bovendien is de verwerpelijke actie van de PVV geen landelijk beleid. Een motie van de Delftse gemeenteraad zal daarom de PVV niet op andere gedachten brengen. Als er wel sprake zou zijn geweest van landelijk beleid of enige kans dat de PVV haar koers op dit onderwerp zou wijzigen, dan had onze fractie de motie zeker gesteund. 

Uit het feit dat vrijwel alle Delftse fracties aangaven en uitspraken tegen elke vorm van discriminatie te zijn en ook tegen de verwerpelijke actie van de PVV, kan dus niet de conclusie worden getrokken dat de Delftse Raad geen stelling zou nemen tegen het Meldpunt Midden- en Oost-Europeanen van de PVV.’ Integendeel! 

Het was prima dat van Oort dit onderwerp ter sprake bracht, maar een motie aannemen die landelijk geen enkel gewicht in de schaal legt, heeft weinig zin. Daarom heeft Stadsbelangen deze motie niet gesteund. 

Stadsbelangen blijft zich als lokale partij houden aan wat in ons verkiezingsprogramma 2010-2014 werd opgetekend, namelijk:  ‘Iedereen van welke afkomst, geloof of seksuele geaardheid dan ook, hoort bij de Delftse gemeenschap en heeft gelijke rechten en plichten.’ 

Fractie Stadsbelangen Delft
Aad Meuleman

Het moet beter!

jaarrekIn een eerste reactie op de jaarrekening 2010 willen we beginnen met iets positiefs. De leesbaarheid van deze taaie stukken is in vergelijking met vorig jaar een stuk verbeterd! De indeling van het jaarverslag volgt de indeling van de programmabegroting en de antwoorden op de 3-W vragen die per deelprogramma worden gegeven, geven snel inzicht in de mate waarin doelstellingen zijn gerealiseerd, de activiteiten die daarvoor zijn uitgevoerd en de gerealiseerde baten en lasten. De jaarrekening laat in overzichtelijk tabellen per programma het resultaat vóór en na bestemming zien, alsmede de afwijkingen t.o.v. de begroting en begrotingswijzigingen. Zo wordt het lezen van deze stukken bijna leuk.

Kan het nog beter? Ja. In de adviezen van de commissie R&A en ook in de annotatie van de griffie staan nog een aantal verbeterpunten genoemd. Hoewel een jaarrekening en –verslag feitelijk neerkomen op verslaglegging van iets wat al gebeurd is, zou het mooi zijn als de resultaten tegen het licht van de toekomst gehouden worden: wat zijn de consequenties van de afwijkingen en liggen we nog op koers? Wellicht moeilijk schematisch weer te geven, maar een korte toelichting op deze twee vragen is zeker wenselijk en ook nodig voor een gedegen oordeel over deze stukken. Bovendien verduidelijkt het de samenhang van alle losse stukken die ons op verschillende momenten gedurende het jaar bereiken.

Tot zover het positieve. Nu het negatieve. En dat betreft de inhoud. Voor het derde achtereenvolgende jaar een negatief resultaat. Sterk afnemende reserves, toegenomen risico’s, de daardoor sterk verslechterde weerstandcapaciteit en als totaalgevolg de benodigde drastische bezuinigingen, waarvan de eerste gevolgen al her en der in de stad merkbaar zijn. Natuurlijk kan het niet anders en natuurlijk komen we dit wel weer te boven. Mits we in control zijn. Het is de ambitie van het college om nog deze periode tot een in control-statement te komen. Maar we zijn er nog lang niet. In de jaarrekening is een paragraaf opgenomen over de incidentele baten en lasten. Per saldo is sprake van een negatief resultaat van € 6,7 mlj., voornamelijk veroorzaakt door tegenvallende inkomsten uit bouwleges en hogere kosten voor de bijstand. Dit omvat nagenoeg het gehele negatieve resultaat van de jaarrekening en impliceert dat dit negatieve resultaat een incidenteel karakter heeft. Maar deze extra lasten zijn directe gevolgen van de kredietcrisis die al een paar jaar duurt. Waarom is hier niet voldoende rekening mee gehouden of wat zijn dan de incidentele factoren die in 2010 deze afwijkingen veroorzaakt hebben?

Natuurlijk zou de situatie niet rooskleuriger zijn geweest als deze kosten voorzien waren. Het punt is echter dat er geen ruimte meer is om nog meer van dit soort incidentele tegenvallers op te vangen. En dat is een zorgelijke situatie. Willen we de stad nog een beetje leefbaar houden voor de bewoners, aantrekkelijk voor bezoekers, aanlokkelijk voor ondernemers en kenniswerkers en beschermend voor kansarmen, dan zijn nóg meer bezuinigingen dan de € 34 mlj die we al moeten realiseren uit den boze. En dan is nog niet eens alles ingevuld, om nog maar te zwijgen over de hoge risico’s die we met projecten als Harnaschpolder en de Spoorzone nog lopen. Laatstgenoemd project is nog maar net gestart of we zitten al opgescheept met vertragingen en dus kostenverhogingen. Gezien de duur van het project zal dit niet de laatste keer zijn. En het Nieuwe Stadskantoor? Ook dit project zal gepaard gaan met vertragingen en kostenverhogingen, waar we nu nog geen weet van hebben, maar waarvan we wel zeker van kunnen weten dat ze er komen Een ongelukkiger moment om een klap te geven op zo’n groot project is er niet. Een té groot risico, dat we nu niet kunnen dragen. Niet als we in control willen zijn en blijven. En niet als we willen voorkomen dat de burger bij iedere incidentele tegenvaller door extra bezuinigingsmaatregelen wordt getroffen.

Fractie Stadsbelangen Delft
Simone van Dijk