Over graf regeren

In de raadsvergadering werd het voorstel van het college besproken om met het Ondernemersfonds een convenant voor drie jaar af te sluiten. Sinds onze terechte kritische opmerkingen, al aangekondigd tijdens de Algemene Beschouwingen, verschenen ineens regelmatig advertenties over het Ondernemersfonds in de pers.

Stadsbelangen Delft is absoluut niet tegen het Ondernemersfonds. Wij zien daar zeker een meerwaarde in. Wij blijven wel van mening dat de magere respons die de evaluatie heeft opgeleverd, slechts 8% van de ondernemers hebben gereageerd, de in onze ogen overdreven conclusies niet rechtvaardigen.

De communicatie over dit fonds moet richting ondernemers aanmerkelijk worden verbeterd. Veel ondernemers weten niet eens dat zij verplicht meebetalen via de OZB aan dit fonds. Op de OZB aanslag stond hierover niets vermeld. Mede dankzij onze opmerkingen hierover wordt nu apart op de OZB aanslag vermeld, welk verplicht bedrag wordt geïnd ten behoeve van het Ondernemersfonds. Het wordt dus in ieder geval zichtbaar voor ondernemers.

Op initiatief van de VVD fractie en gesteund door de coalitiepartijen werd een motie in ingediend, die tot strekking had het college nu op te dragen een convenant voor 6 jaar te sluiten. Volgens deze motie heeft een Ondernemersfonds vijf jaar nodig om tot resultaten te komen. De motie ging echter voorbij aan het feit, dat het Ondernemersfonds al drie jaar opereert. Dus over twee jaar zouden de resultaten nadrukkelijker zichtbaar moeten zijn.

Een convenant van 6 jaar nu, vond onze fractie niet aanvaardbaar. Het ook doet geen recht aan het wel zeer magere evaluatierapport. Onverstandig en bovendien een actie waarmee de VVD, en de partijen die deze motie steunden, over het graf van zelfs de volgende raadsperiode meent te moeten regeren. Deze partijen vinden dus dat een respons van 8% voldoende is. Zou dat voor deze partijen bij elk onderzoek gelden?

Onze fractie was bereid het voorstel van het college te volgen, namelijk nu een convenant afsluiten voor 3 jaar. Maar wel onder de voorwaarde dat medio 2016 de gemeente zelf een evaluatie uitvoert onder de ondernemers en sportverenigingen. De uitkomst hiervan zou dan in 2016 ter bespreking moeten worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Het is immers de gemeente, die de verplichte extra OZB int en ook beschikt over de namen van wie wordt geïnd. Daarnaast vinden wij dat in het nieuwe convenant extra aandacht moet worden besteed aan de communicatie van het Ondernemersfonds richting ondernemers en de ondernemers ook actief moeten worden geïnformeerd. Als je verplicht ergens aan meebetaald, hoor je ook actief geïnformeerd te worden.

Wij dienden een amendement in om het extra percentage van 8,22% met de helft te verlagen naar 4,11%. In een tijd waarin ondernemers het zwaar hebben, telt elke vorm van lastenverlichting. Het Ondernemersfonds zou hiervan geen nadeel ondervinden gezien de financiën waarover zij nu beschikken. Bovendien zou een verlaging van het percentage ook geen nadelige consequenties hebben voor de gemeente begroting. Zowel onze motie als amendement werden verworpen. Onze conclusie is, dat de VVD al lang niet meer de partij is, die opkomt voor de belangen van ondernemers. Zij vinden dat ondernemers dit allemaal gemakkelijk kunnen betalen. De VVD koos dus niet voor lastenverlaging voor ondernemers en dat is weer goed om te onthouden.

Fractie Stadsbelangen Delft
Aad Meuleman

Lokale veiligheid

Afgelopen week werd in de commissie BLD de brief van het college besproken inzake het
Regionaal Beleidsplan en uitvoering beleidskader Veiligheid. Goed om dit regionale plan te bespreken, maar hoe staat het met de lokale veiligheid in onze stad? Wim den Boef maakte voor Stadsbelangen Delft op basis van de beschikbare informatie en vanuit zijn expertise onderstaande analyse. Dit leidt tot de volgende conclusies.

1. Openbare Orde & Veiligheid
In maart 2013 heeft de burgemeester de jaarlijkse veiligheidscijfers over 2012 gepresenteerd. Kernpunt van zijn boodschap was, dat “het goed gaat in Delft”, want 82% van de Delftenaren voelt zich ook veilig. Wanneer je echter verder leest, dan zie je dat deze positieve ontwikkeling vooral wordt veroorzaakt door het dalende aantal (auto)branden, ernstige branden en het inzetten van de “lokfiets”. Daartegenover bleef het aantal gewapende overvallen ongeveer gelijk aan dat in 2011, terwijl het aantal woninginbraken in 2012 zelfs met 20% is gestegen ten opzichte van 2011 (van 539 naar 652). In augustus 2013 zijn er opnieuw criminaliteitscijfers voor Delft bekendgemaakt; ditmaal op basis van de site “Hoeveiligismijn wijk”. Ook die cijfers geven een spectaculaire daling te zijn van de onveiligheid, vooral voor wat betreft de fietsendiefstallen en straatroven! Dat is mooi, maar de stijging van de woningbraken, de “plofkraken” van de laatste tijd; de overvallen op juweliers en de in Delft blijkbaar aanwezige jeugdbendes blijven in dit onderzoek onvermeld. Ook over nieuwe bedreigingen, zoals cyber-criminaliteit (het uitvallen van internet bij overheid, banken, hulpdiensten, het spoor; plofkraken, verspreiding van computervirussen, e.d., afluisteren van telefoon, Ipad en computerverbindingen; terrorisme-bestrijding (denk hierbij b.v. aan de Delftse “Syriëgangers”) valt weinig tot niets terug te vinden!

Opvallend, dat Delft zichzelf, voor wat betreft de veiligheidsgegevens, vergelijkt met steden als Den Haag, Rotterdam of Amsterdam in plaats van met vergelijkbare steden als Leiden, Haarlem, Dordrecht, Gouda of Zoetermeer. De inwoners van Delft hebben recht op juiste informatie omtrent hun veiligheid. Thuis, op scholen en (sport)verenigingen en op straat! Reden dus om vraagtekens te plaatsen bij de volledigheid en zorgvuldigheid van deze onderzoeken.

Conclusie 1
De burgemeester moet met juiste en controleerbare cijfers komen voor wat betreft de criminaliteit in Delft door middel van een jaarlijks, goed meetbaar en een vergelijkbaar veiligheidsonderzoek!

2. De voorbereiding op en bestrijding van grootschalige calamiteiten in Delft
In 2005 werd het laatst opgestelde rampenplan (2005-2009) voor de gemeente Delft door de gemeenteraad vastgesteld. Daarin staan de hoofdtaken voor de gemeente vermeld in tijden van crises, namelijk: de bestrijding van de ramp of crisis; de zorg voor de bevolking; het opleiden en oefenen van de hulpverleningsdiensten en overige hulpverleners, zoals ziekenhuizen, Rode Kruis, e.d.; het ontwikkelen en vaststellen van beleid in het kader van de externe veiligheid, welke rampen onze stad kunnen bedreigen, alsmede de controle en handhaving op de uitvoering van dat beleid en hoe de bestrijding van mogelijke rampen en incidenten en de verantwoordelijkheden, voorafgaande, tijdens en na afloop van een ramp zijn geregeld.

In dit rampenplan van 2005 wordt een aantal gevaarlijke objecten vermeld, zoals: Object Bestuurlijke vaststelling Locatie DSM Gist B.V. 2e kwartaal 2005 Brandweer Delft-Rijswijk; Reactor Institute Delft 2e kwartaal 2005 Brandweer Delft-Rijswijk; 4 LPG tankstations 1e kwartaal 2006 Brandweer Delft-Rijswijk. Bovendien heeft de burgemeester in 2000 rampstrijdingsplannen vastgesteld voor Asepta B.V. (opslag bestrijdings-middelen)  en Van der Helm Op- en overslag BV (opslag gevaarlijke stoffen), met de kanttekening dat de opslag van gevaarlijke stoffen aldaar op termijn zullen verdwijnen.

Maar, zoals ook in het Veiligheidsplan van de Veiligheidsregio Haaglanden staat te lezen, er zijn ook nog andere risico’s, waarmee onze stad rekening dient te houden, zoals: het intensieve vervoer van gevaarlijke stoffen over de snelwegen A4, A12 en A13; de effecten van mogelijke calamiteiten bij de vele risicolocaties in de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, met name vanwege de overheersende windrichting aldaar richting Delft; mogelijke overstromingen, mede vanwege de relatief dunne duinenrij in het Westland; het vervoer van gevaarlijke stoffen over de snelwegen A4, A12 en A13 van en naar Europoort / Amsterdam / Duitsland (incl. de mogelijke gevolgen van de voltooiing van de A4 tussen Delft en Schiedam, met – naar verwachting – enige ontlasting voor de A13 ontlasten, maar toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A4; de mogelijke risico’s voor (of van)  grote aantallen bezoekers en toeristen aan het centrum van Delft bij een grootschalig incident.

Conclusie 2
a. het huidige gemeentelijke Rampenplan dateert uit 2005 en is geldig tot 2009;
b. onduidelijk is, of de bestaande rampbestrijdingsplannen voor DSM-Gist en het IRI sindsdien zijn geactualiseerd en opnieuw vastgesteld;
c. de risicokaart van de provincie Zuid-Holland (anno juli 2013) vermeldt Van der Helm Op- en overslag BV nog steeds als BRZO-plichtig (Bedrijf Risico’s Zware Ongevallen), dus risicovol bedrijf, waarvoor een rampbestrijdingsplan moet zijn opgesteld;
d. er dus onduidelijkheid bestaat over het aantal objecten waarvoor Delft, op grond van de wet, actuele rampbestrijdingsplannen gereed dient te hebben;
e. de in het Veiligheidsplan van de Veiligheidsregio Haaglanden opgesomde risico’s voor Delft, zijn niet of nauwelijks aangetroffen in het huidige Rampenplan voor Delft, evenals de risico’s van andere mogelijk kwetsbare objecten in onze gemeente; zoals straks boven en in de Spoortunnel; de mogelijke gevolgen van het transport gevaarlijke stoffen over het spoor (denk in dit verband aan b.v. de recente rampen in België, Canada en Spanje); verkeersveiligheid (mede vanwege de vele opbrekingen, afsluitingen en omleidingen in de stad), maar ook opstoppingen / (ketting)botsingen op de A13, b.v. nabij de Ikea.

Conclusie 3
Tijdens de commissievergadering kon de burgemeester geen antwoord geven op de vraag van onze fractie of vanaf 2009 het Rampenplan voor Delft is geactualiseerd en zo ja wanneer. Wij krijgen hierover nog nader bericht.

Tenslotte
Regionale veiligheid is zeker belangrijk en moet goed worden geregeld, maar als lokale partij wil Stadsbelangen Delft primair de lokale veiligheid goed geregeld hebben. Daar hebben onze inwoners recht op. Werk aan de winkel dus voor de burgemeester.

Fractie Stadsbelangen Delft

Vooringenomen?

onderzoek6 juni 2012 – De fracties uit de gemeenteraad zijn gisteren unaniem akkoord gegaan met de opzet voor het onderzoek naar de rol van burgemeester Verkerk in de Gondelaffaire. Dit onderzoek, dat is ingesteld door de Commissaris van de Koningin op verzoek van burgemeester Verkerk, moet antwoord geven op de vraag ‘of de burgemeester in relatie tot de Gondelaffaire heeft gehandeld in strijd met de geldende wetgeving, gedragscodes en algemene regels van behoorlijk bestuur’.

Dit was de uitkomst van een gesprek tussen de Commissaris van Koningin (CdK), Jan Franssen, en de fractievoorzitters. De brief over de onderzoeksopzet van 23 mei jl. die de CdK naar de raad heeft gestuurd, vormt volgens alle fracties een goede basis om tot een deugdelijk onderzoek te komen.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door bureau Berenschot en begeleid door een externe begeleidingscommissie. Het onderzoek zal dit najaar zijn afgerond. De CdK zal het rapport vervolgens naar de raad doorgeleiden. De raad kan vervolgens zijn politieke oordeel uitspreken over de conclusies van het onderzoek.

Aanvulling Aad Meuleman
Op 5 juni 2012 heeft de Commissaris van de Koningin (CvK), de heer J. Fransen, de opzet van het onderzoek met de fractievoorzitters besproken. Dit naar aanleiding van het verzoek van de burgemeester aan de CvK om een integriteitonderzoek in te stellen naar zijn handelswijze tijdens de zogenaamde Gondelaffaire. Het ging hierbij niet om een verzoek vanuit de gemeenteraad, maar om een verzoek richting CvK van de burgemeester zelf. Geconcludeerd kan worden dat de CvK op zorgvuldige wijze het verzoek tot een onderzoek heeft voorbereid en dat de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd. Naar verwachting zal het onderzoek ongeveer eind september 2012 gereed zijn.

Voor de CvK was het van belang dat er draagvlak was voor de wijze waarop het onderzoek zou worden gedaan en vooral dat er aan de kant van de raadsfracties niet bij voorbaat sprake zou zijn van vooringenomenheid. De onderzoekers gaven aan dat een onderzoek weinig kan bijdragen als betrokkenen hun opvattingen en oordelen al klaar hebben. De vraag werd dan ook gesteld aan de fractievoorzitters open te staan voor de uitkomsten van het voorgenomen onderzoek en deze te laten meewegen in de politieke oordeelsvorming. 

Alle fractievoorzitters evenals de heer Stoelinga, Stoelinga verving de heer van Koppen, stemden hiermee in. Ik was hierover sceptisch en heb dat ook aangegeven. Een dag later blijkt al dat dit terecht was. In een email bericht van 6 juni 2012 stelt Stoelinga (citaat): ‘Het zal maar tot een conclusie kunnen leiden: Het vertrek van Burgemeester Bas Verkerk!'(einde citaat)  Nog voor dat het onderzoek is gestart, heeft Stoelinga zijn conclusie dus al getrokken.

In dat kader is het bijzonder dat hij in een notitie, die hij ter vergadering aan de onderzoekscommissie overhandigde, meldde dat de meeste fracties vooringenomen zouden zijn. Een dag later maakt hij zijn eigen vooringenomenheid al duidelijk.

Dat Stoelinga geen behoefte heeft om alle feiten weer te geven, blijkt wel uit zijn notitie aan de onderzoekscommissie. Hierin stel hij onder andere dat Stadsbelangen geen woord meer vuil wilde maken aan de Gondelaffaire. Dat hij daarbij ‘vergeet’ te melden dat het Stadsbelangen is geweest, die in de raadsvergadering van februari 2012 een motie heeft ingediend om aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te vragen een breed extern onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de hele Gondelaffaire, waarbij ook de integriteit van betrokken raadsleden zou worden onderzocht, bewijst maar weer eens dat Stoelinga het niet zo nauw neemt met feiten. Of hij in dat kader straks open zal staan voor de uitkomsten van het onderzoek, zoals hij in het overleg gisteren volmondig zei te zullen doen, zal dan ook moeten blijken.

Gezien zijn actie, een dag later, zijn twijfels daarover terecht……of ben ik nu vooringenomen? 

Aad Meuleman  


Voor de troepen uitlopen

loperHet door een aantal fracties ingediende initiatiefvoorstel om het Nieuwe Kantoor niet te bouwen, heeft bij onze fractie, na de discussie in de gemeenteraad van juni 2011, tot enige verbazing geleid. Vooral het initiatief van de fractie van Oort voor dit voorstel. 

De fractie van Oort is één van de fracties die samen met een aantal andere oppositiefracties, waaronder Stadsbelangen, een onderzoek heeft gevraagd naar de exploitatiekosten van het Nieuwe Kantoor, omdat hierover onduidelijkheid bestaat. Hiervoor zijn de nodige onderzoeksvragen geformuleerd, ambtelijke bijstand gevraagd en gekregen. Het onderzoek loopt nu. 

Daarnaast loopt er nog een door het college toegezegd onderzoek naar de onderbouwing van de financiële consequenties voor Delft als het Nieuwe Kantoor niet zou worden gebouwd. (de bekende optie 4) Niet onbelangrijk om deze informatie te hebben alvorens tot een definitief oordeel te kunnen komen. Overigens heeft Stadsbelangen, gezien de beschikbare informatie op dit moment, haar voorkeur uitgesproken voor het niet bouwen van het Nieuwe Kantoor. 

In het initiatiefvoorstel van de fractie van Oort worden de exploitatiekosten bij voorbaat al als een belangrijk argument genoemd om het Nieuwe Kantoor niet te bouwen. Maar als deze fractie dat vindt, dan is het op zichzelf ongeloofwaardig, dat je daar tegelijkertijd onderzoek naar wilt doen. Het maakt deze fractie dus kennelijk niet meer uit wat de resultaten zijn van het, mede door deze fractie, gevraagd onderzoek. 

Het initiatiefvoorstel gaat uit van veronderstellingen, die (nog) niet hard gemaakt kunnen worden. De veronderstelling met betrekking tot de exploitatiekosten wordt immers onderzocht.

Het is belangrijk dat niet alleen de raad maar ook onze inwoners over de juiste informatie beschikken. Stadsbelangen vindt dat eerst de resultaten van beide onderzoeken bekend moeten zijn. Dan pas kunnen definitieve conclusies worden getrokken, door zowel de gemeenteraad als door de inwoners van onze stad. Daarom heeft Stadsbelangen het voorstel niet mee ingediend. 

Fractie Stadsbelangen Delft 
Aad Meuleman