Wachtgeldregeling politici

wachtgeldMinister Spies van Binnenlandse Zaken is bezig met een nieuwe wetgeving wachtgeldregeling politici. Een belangrijke wijziging wordt de duur van de wachtgeldregeling. Deze wordt gelijk getrokken met de duur van de werkloosheidswet zoals dat geldt voor alle mensen die werkloos zijn dan wel worden. Een terecht voornemen om deze regeling wettelijk te veranderen. 

Of dat lukt voor de Tweede Kamerverkiezingen van 12 september 2012 is de vraag. Uit nieuwsgierigheid de wachtgeldregeling APPA (Agemene Pensioenwet Politieke  Ambtsdragers) maar eens opgezocht.

In artikel 52 lid 3 lees ik:
Indien de belanghebbende ten tijde van zijn aftreden de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt en hij in het tijdvak van twaalf jaren dat direct aan zijn aftreden voorafgaat ten minste tien jaren kamerlid is geweest, wordt de uitkering voortgezet tot het tijdstip waarop hij de leeftijd van 65 jaar bereikt. 

Een aantal Tweede Kamerleden hebben inmiddels kenbaar gemaakt, dat zij zich niet meer beschikbaar stellen. Of zij aan de voorwaarden voldoen, zoals nu is vastgelegd in de huidige regeling, weet ik niet. Wel vind ik dat de Tweede Kamer nu snel deze regeling en het liefst voor 12 september 2012 dient aan te passen. Een wachtgeldregeling van 10 jaar is niet meer van deze tijd. Zeker gezien de financiële crisis waar we mee te maken hebben. 

Aad Meuleman

Minister benadeelt lokale partijen

Van de vier ton extra die de minister van Binnenlandse Zaken Ter Horst (PvdA) beschikbaar heeft gesteld voor de politieke partijen, gaat maar liefst 370.807 euro naar partijen die ook landelijk actief zijn. Deze landelijke partijen krijgen al circa
15 miljoen euro op grond van de Wet subsidiëring politieke partijen. De resterende schamele 30 duizend euro mag nu worden verdeeld over 143 lokale partijen. Deze partijen worden dus met enkele tientjes afgescheept.

Dat is vreemd, want ongeveer een derde van alle raadszetels in Nederland worden bezet door lokale partijen. De Vereniging van Plaatselijke Politieke Groeperingen noemt de gehanteerde verdeelsleutel dan ook ‘volslagen onzinnig en onwerkbaar’.

De lokale partijen moeten het dus met slechts enkele tientjes ondersteuning doen, terwijl een beetje cursus of seminar al gauw enkele honderden euro’s per kandidaat raadslid vergt. Voor lokale partijen blijkt de droom om in aanmerking te komen voor een beetje financiële ondersteuning dus niet veel meer dan een illusie nu blijkt dat het overgrote deel van het geld naar de gevestigde partijen wordt gesluisd.

Volgens Binnenlands Bestuur ontvangen landelijke in de Tweede Kamer vertegenwoordigde politieke partijen zoals CDA, VVD, GroenLinks, D66 en de PvdA verschillende ‘geoormerkte’ subsidies van het rijk. Met name bij de grote gevestigde partijen gaat het om enkele miljoenen euro’s aan subsidie per jaar. De PvdA bijvoorbeeld ontvangt 2,2 miljoeneuro plus 550 duizend euro voor het wetenschappelijk bureau en nog eens 153 duizend euro voor de jongerenafdeling. Daarnaast dragen alle PvdA-politici zo’n twee procent van hun honorarium af aan de partij. De PvdA maakt ruim een miljoen euro direct over naar de lokale afdelingen. Daarnaast is er een post van 550 duizend euro voor ‘ondersteuning’, zoals de training van (aspirant-)gemeenteraadsleden. Het geld wordt verdeeld naar hetaantal leden van een lokale afdeling.

Het wordt tijd dat de lokale partijen in Nederland een protestactie richting minster en de Tweede Kamer gaan organiseren. De landelijke partijen moeten beseffen dat zij niet meer het alleen recht hebben in de lokale politiek.

fractie Stadsbelangen-Delft