Een ambitieuze droom, een rauwe realiteit
De grootschalige herontwikkeling van Schieoevers Noord, waarbij het college 8700 woningen wil bouwen in een gebied met middelzware en zware industrie, lijkt op papier visionair. Maar in de praktijk dreigt het uit te lopen op een bestuurlijk fiasco. Niet vanwege een gebrek aan plannen, maar vanwege een gebrek aan realiteitszin en vooral: Aan respect voor bestaande ondernemers.
Combi-Ster als kanarie in de kolenmijn
Een schrijnend voorbeeld is de situatie van Stichting Combi-Ster, een vitaal en hooggespecialiseerd bedrijf dat medische instrumenten steriliseert voor ziekenhuizen in de regio. De gemeente wil zandhandel Van de Waal verplaatsen naar een terrein pal naast Combi-Ster, om ruimte te maken voor woningbouw en de omstreden Gelatinebrug. Maar het stof en zand dat daarmee gepaard gaat, tast direct de steriele werkomgeving van Combi-Ster aan. De luchtfilters raken sneller verstopt, de kosten rijzen de pan uit en het werk, dat letterlijk van levensbelang is, komt onder druk te staan.
Van participatie naar rechtsgang
Deze zaak staat niet op zichzelf. Sinds het vaststellen van het bestemmingsplan zijn bijna alle ondernemers in de omgeving, grotendeels verenigd in de Bedrijvenkring Schieoevers, in verzet gekomen. Ze stapten naar de Raad van State. Niet uit luxe of onwil, maar uit pure noodzaak. Ze voelen zich genegeerd, buitenspel gezet en in hun bestaanszekerheid bedreigd.
Systeemdenken als bestuurlijke blinde vlek
Wat we hier zien, is een symptoom van iets groters. Het satdsbestuur lijkt ten prooi gevallen aan systeemdenken. Een bestuursstijl waarbij alles draait om modellen, prognoses, verstedelijkingsdoelen en abstracte ‘gebiedsvisies’, terwijl de praktijk, namenlijk de mensen, bedrijven en de risico’s uit beeld verdwijnen. Er is maar één koers, één denkbeeld, één uitkomst. Kritische signalen worden gezien als ruis. Alternatieven? Niet gewenst. De gevolgen? Ondergeschikt.
We hebben hier al eerder voor gewaarschuwd: Systeemdenken zonder tegenkracht is gevaarlijk. Het leidt tot tunnelvisie en bestuurlijke arrogantie. Dat nu ook Combi-Ster naar de hoogste bestuursrechter moet stappen om hun bestaansrecht te verdedigen, zou het college ernstig aan het denken moeten zetten.
Hart voor Delft kiest voor een gezonde bedrijfscultuur
Hart voor Delft kiest hier de kant van de ondernemers. Niet omdat we tegen woningbouw zijn, maar omdat we voor een stad zijn die haar ondernemers waardeert. Bedrijven zoals Combi-Ster, die sinds 1991 cruciale diensten leveren aan ziekenhuizen, hoor je niet weg te plannen, die hoor ze op waarde te schatten.
We hebben hierover vragen aan het college gesteld:
- Hoe verklaart het college dat ondanks ‘herstelbesluiten’ vrijwel alle ondernemers in het gebied zich genoodzaakt zien om bij de Raad van State hun gelijk te halen?
- Op welk moment is besloten om zandhandel Van de Waal pal naast een medische sterilisatie-instelling te plaatsen, en welke risicoanalyses zijn daarbij genegeerd of onderschat?
- Waarom is er in dit proces vrijwel geen sprake geweest van gelijkwaardige participatie met de bedrijven, terwijl zij aantoonbaar de zwaarste gevolgen ondervinden van deze plannen?
- Herkent het college dat het huidige besluitvormingsproces tekenen vertoont van systeemdenken, waarbij modellen en ambities belangrijker worden geacht dan de realiteit van de ondernemers?
- Wat is het college van plan te doen om het vertrouwen van ondernemers in het gebied te herstellen en is men bereid om het gesprek open en zonder vooringenomenheid opnieuw aan te gaan?
De stad Delft is geen spreadsheet en geen simulatiemodel. Het is een gemeenschap van mensen, verenigingen, bedrijven en historie. Als bestuurders dat vergeten, is het tijd om ze eraan te herinneren.
Marcel Koelewijn.
Zie ook het artikel in AD Delft: https://www.ad.nl/delft/stichting-stapt-naar-raad-van-state-om-plan-voor-verbreding-delftse-schie~a0bbe5a6/

Laat een reactie achter