Zomaar een dag (deel 1)

Woensdag 17 juni. Het was een prachtige dag. Ik mocht op mijn bedrijf een groep mensen ontvangen. Zij hadden een teambuilding dag of zo. Mijn taak was deze mensen van een lunch, koffie, thee en versnaperingen te voorzien. Zij eindigden de dag met een borrel. Geweldig werk!

Zeker voor zo’n groep aardige mensen. Het zonnetje had de hele middag geschenen. Ik had tussendoor zelfs tijd om twee keer toe te geven aan één van mijn verslavingen. Een heerlijk sigaartje. Niet van die dure hoor. 50 stuks voor € 9.95 uit de supermarkt in de Ternatestraat. In de buitenlucht gerookt in dat heerlijke zonnetje.

Na uitgebreid te zijn bedankt door de aanwezigen, begon ik aan het opruimen en de volgende dag voor te bereiden. Luid zingend (ik wist zeker dat niemand me kon horen) heb ik de toiletjes gepoetst, de ruimtes gedweild en de koelkasten weer aangevuld. Half acht klaar en ik voelde dat ik toch best wel hard gewerkt had. Ja, ja, gewoon zweet op mijn ruggetje. Op naar huis. Bij het afsluiten van mijn bedrijf bleek dat het voorjaarszonnetje verruild was voor een miezerig regenbuitje.

Achteraf had ik toen natuurlijk nattigheid moeten voelen maar niets leek toen nog mijn goede humeur in de weg te staan. Vrolijk fluitend op naar mijn auto. Achter het stuur, gordel om, starten en de ruitenwissers aan. Hé, wat zit daar voor een verfrommeld papiertje achter de wisser? Ja hoor, een naheffingsaanslag parkeerbelasting, of te wel, een parkeerbon.

Volgens het bonnetje had ik een betaalbewijsje achter mijn ruit moeten leggen. De tekst is blijkbaar nog niet aangepast aan het digitale kentekenparkeren. Maar….. ik had mijn vrouw een paar maanden geleden toch gevraagd mijn vergunningen te verlengen? Ja, zij is beter thuis in de digitale wereld dan ik. ‘Als jij een week lang de afwas doet’ zei ze nog. Ik weet zeker dat ik mijn tegenprestatie, de afwas, zo goed mogelijk heb voldaan. Ze zal de aanvraag toch niet vergeten zijn?

Ik begon een beetje boos te worden. Niet op diegene die mij beboet had, maar ik begon te geloven dat mijn vrouw weer eens iets vergeten had. Nee hoor, niet deze keer. Nadat ik haar, met ingehouden boosheid, beschuldigde van haar nalatigheid zei ze niets. Ze liep de trap op richting haar kantoor en riep even later naar beneden dat ik maar even naar mijn in-box op mijn tabletje moest kijken. Oh ja, één en ander vergezeld van wat krachttermen die ik allang niet meer had gehoord van mijn spiritueel georiënteerde liefste.

Ik opende mijn mailbox en ja hoor, keurig drie digitale bankafschriften die bewijzen dat ze op 31 maart zowel voor mijn werk- als privéadres de vergunningen had betaald. Bezwaar maken dus. Op het bonnetje staat hoe dat moet, maar er staat ook een telefoonnummer dat je kunt bellen voor info. Meteen bellen want morgen moet ik toch echt weer ergens in de buurt van mijn werkplek parkeren. Een mannenstem vertelde me dat ik te laat was en dat ik op werkdagen tijdens kantooruren moet bellen.

De rest van de avond geprobeerd de enigszins verstoorde relatie met vrouwlief te herstellen. Lukte niet echt en mijn flesje huiswijn (een andere verslaving van me) van de Plus in de Bomenwijk smaakte me ook minder lekker dan anders. Na een onrustige nacht heb ik de volgende ochtend het infonummer opnieuw gebeld. Na wat irritante gitaarmuziek, enkele doorschakelingen en een monotone mannenstem die me repeterend meedeelde dat ik zo spoedig mogelijk geholpen zou worden, kreeg Ik een bijzonder vriendelijke dame aan de lijn.

Ze had een mooie exotische naam en een prettige stem met, zo’n vrolijk accentje. Na mijn minder leuke avond met mijn vrouw schoten er heel even ondeugende gedachten door mijn hoofd. Maar nee hoor, geen malligheid. Mijn vrouw accepteert al bijna 25 jaar al mijn nukken en ik begin haar net zo af en toe een beetje te begrijpen. De dame aan de andere kant van de lijn kon mij echter niet direct helpen en zou mijn probleem doorspelen naar de back-office.

De back-office reageerde binnen een kwartiertje en vroeg mij per mail aan te tonen dat ik wel betaald zou hebben. Ik verstuurde de digitale bankafschriften en wachtte af. Waar de vergissing zit weet ik nog niet, maar ik vraag me wel af of een boete van 88 euro niet een beetje zwaar gestraft is. Ik ben er van overtuigd dat het overgrote deel van de bonnen die uitgeschreven worden, belanden bij mensen die heus niet bewust gratis op de verkeerde plaats staan. In plaats van een overtreding is er vaak eerder sprake van een vergissing.

Maar na nogmaals het bewuste bonnetje bestudeerd te hebben zie ik dat het sanctiebedrag slechts 29 euro bedraagt. De rest bestaat uit administratiekosten! En dat geloof ik dus niet. Zeker na de digitalisering van het hele parkeerverhaal zijn die kosten echt veel lager dan wat me hier in rekening wordt gebracht. Eerlijker zou dan ook zijn om dat bedrag te specificeren naar daadwerkelijke kosten en winst op parkeren. Eigenlijk is het een beetje jokken. Of je specificeert niet, of je doet het goed wat mij betreft.

Nu weten we natuurlijk allemaal wel dat de winsten uit de parkeerketen gewoon aangewend worden om gaten in de Delftse begroting te vullen. De stad staat er immers financieel gewoon beroerd voor.

Maar ook wij, als ondernemers, zijn net herstellende van zeven jaar crisis. Wij hadden te maken met dalende omzetten en stijgende kosten (mede door lokaal beleid veroorzaakt). Zou het dan niet eerlijk zijn, indien blijkt, dat ik ten onrechte beboet ben, dat ik de kosten die ik heb moeten maken (5 kwartier tijd plus gemaakte telefoonkosten tot nu toe) bij de gemeente in rekening kan brengen?

Als ondernemer heb ik natuurlijk geen vast uurloon, maar misschien moet ik dan maar hetzelfde bedrag rekenen als de gemeente doet.

Wordt vervolgd!

Werner Bremer

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *