Het verschil maken

bramHet is mooi dat werkzaamheden in het dagelijks leven van mensen niet onopgemerkt blijven. Het blad MANAGEMENT TEAM schreef een artikel over de werkzaamheden van ons fractie raadslid Bram Stoop.

Bijzonder om te lezen en herkenbaar. De kenmerken die aan Bram zijn toegeschreven geschreven zijn herkenbaar. Ook in zijn werk voor onze fractie en als raadslid. Onderstaand het interview.

Stadsbelangen Delft
Aad Meuleman

Tekst Annette van Soest
Fotografie Duco de Vries

Lessen van gewone mensen die ongewone dingen doen. MANAGEMENT TEAM 21

Deze keer: Bram Stoop (57), projectleider bij Stichting Trix, een leer- en rehabilitatieproject voor jongeren in Scheveningen.

De jongens die hier komen, zijn hulpverlening moe. Alle hulpverlening die je bedenken kunt, hebben ze gehad. Ze zijn van school getrapt of dakloos, hebben een drugsverleden, komen uit het criminele circuit en hebben vaak schulden. Soms hebben ze langdurig in detentie gezeten. We begeleiden ook jongeren in de laatste fase van hun jeugd-tbs. Wij helpen bij hun terugkeer naar de maatschappij. Als achterstandsgedrag door omgevingsfactoren is ontstaan, kunnen wij er iets aan doen. 

De standaardriedel ‘Hij heeft een slechte jeugd gehad’, daar heb ik lak aan. Ik wil weten: hóe is het ontstaan? Daar kom ik achter door afstand te houden. Als zo’n jongen bij ons binnenkomt, gaan we de eerste maand niet erbovenop zitten met allerlei vragen. Zo winnen we vertrouwen. 

Na een tijdje begint hij uit zichzelf te praten over dingen waarover hij nog nooit heeft gepraat. Staat er opeens een gozer van 2 meter bij wie de tranen over zijn wangen rollen. Ik merk dat mensen ons werk bijzonder vinden. Ze hebben het hier in Den Haag zelfs over ‘de werkwijze- Trix’. Twee keer per jaar komt burgemeester Van Aartsen langs. Vorig jaar werd ik uitgenodigd door minister Opstelten en staatssecretaris Teeven, voor een rondetafelgesprek over de aanpak van jeugdcriminaliteit. Teeven is ook hier geweest om met de jongens te praten. Daaruit spreekt waardering voor wat we doen. 

We krijgen hier met z’n drieën 40 tot 50 jongeren per jaar. Gemiddeld blijven ze 8 maanden. Vorig jaar ging 65 procent terug naar school of aan het werk. Dit jaar zitten we daar zelfs iets boven. En we pamperen niet. Lasser, heftruckchauffeur, asbestsaneerder… je moet elke baan accepteren die je wordt aangeboden. 

Iedere jongere maakt fouten. Ook ik heb vroeger wel eens met de wijkagent te maken gehad. Natuurlijk zijn ook mijn broertje en ik wel eens van school getrapt, omdat we vervelend waren. Ik was een pestjong. Maar ik heb er wel iets mee gedaan. Ik heb mijn diploma gehaald, omdat ik de mazzel had dat ik een vriend had die me begreep. Nog steeds bellen we elkaar elke dag. Als je een probleem hebt en je deelt het niet, dan blijft het jouw probleem. Deel je het wel, dan heb je samen een probleem en los je het dus samen op. Dat hameren we er hier ook in. 

Zelf ben ik opgegroeid in wat ze nu een achterstandswijk noemen, in onmisbaar onzichtbaar Als zoon van een schillenboer weet ik wat armoe is. Ik weet ook wat het is om niet gehoord te worden. Mijn broer en ik waren bleekneusjes, de kinderen uit de arme gezinnen die ’s zomers naar de vakantiekolonie werden gestuurd om aan te sterken. De hele reis naar Bakkum zat ik dan te janken. Verschrikkelijk vond ik het. Griesmeelpap, die is me mijn hele leven bijgebleven. Het feit dat mensen geen rekening hielden met hoe ik die tijd daar beleefde heeft me gevormd tot wie ik ben. 

Mijn drijfveer is jongeren voor zichzelf te laten opkomen. Ik ga iedere dag met plezier naar mijn werk. Als er – zoals nu – weer een aantal jongeren uitstroomt, ben ik net zo blij als zij. Van de week ben ik nog mee geweest met een jongen die een baan had gevonden. We hadden beloofd dat wij dan een fiets voor hem zouden kopen. Naar de fietsenhandel dus, voor een tweedehands opoefiets. Op de terugweg hij op de fiets, ik in de auto, toeterend. Hij was 8 maanden geleden nog dakloos. Nu heeft hij een baan, een huissie, de relatie met zijn moeder is hersteld. Dat is toch prachtig? Ik moest even langs de weg stoppen, van de emoties. 

Natuurlijk heb ik ook wel eens moeilijke momenten. Twee keer heeft een jongen zelfmoord gepleegd, in 2 jaar tijd. Daar moet je mee de groep in, dat moet je vertellen. Ik ben dan heel

direct. Ook lastig: als ik iemand heb weggestuurd die een paar keer een grote bek heeft gehad. Dan vraag ik de jongens: wat zouden jullie hebben gedaan in mijn plaats? Ik laat mensen meedenken. Personeel, jongeren. Ik wil hun mening horen. Als je me een paardenlul vindt, beargumenteer dat dan. Misschien begrijp ik het dan. Als ik fout zat, zeg ik ook gewoon: sorry gozer, kom we gaan een broodje eten. 

Een van onze stagiairs is onlangs op Trix’ wijze van hulpverlening afgestudeerd. Volgens haar beschik ik over persoonskenmerken die samenhangen met effectief leiderschap. Ik heb veel energie en zelfvertrouwen, kan goed tegen stress, ben emotioneel stabiel en heb ‘een lage behoefte om aardig gevonden te worden’. 

Naar aanleiding van die alinea in haar scriptie heb ik online leiderschapstest ingevuld. Wat blijkt? Het type leiderschap dat ik toepas, komt precies overeen met dat van Louis van Gaal! Hahaha. Hij heeft ook die emotie. En ik ben ook een driftkop.

Onmisbaar onzichtbaar is een serie in MT over medewerkers die in hun werk verschil maken en leiderschap tonen. Zij vinden zichzelf niet bijzonder, maar zijn dat vaak wel. Kent u zo iemand? Meld het ons via redactie@mt.nl .

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *