De Tweede Kamer heeft het besluit genomen, de verplichte voorrang voor statushouders bij sociale huurwoningen wordt afgeschaft. Een democratisch besluit, genomen na debat en stemming. Maar wat zien we nu? In Delft en ook in andere steden, roepen partijen als D66 en PvdA het stadsbestuur op om de wet simpelweg niet uit te voeren. Ze noemen het ‘moreel onjuist’ en vinden dat Delft dit landelijke besluit moet negeren.

Maar dat is de wereld op z’n kop. Blijkbaar geldt de democratie alleen als die in hun straatje past. Maar zo werkt het niet. Democratie is geen buffet, waar je alleen neemt wat je lekker vindt. Waar je wetten die je niet bevallen kunt negeren? Dat is geen moraal, dat is bestuurlijke arrogantie.

Wetten gelden voor iedereen, dus ook voor linkse bestuurders
Gemeenten zijn er om wetten uit te voeren, niet om ze naast zich neer te leggen omdat de politieke kleur van het stadsbestuur het er niet mee eens is. Als burgers een wet overtreden, worden ze beboet of aangepakt. Maar D66 en PvdA denken blijkbaar dat zij boven de wet staan. Zij vinden dat hún gevoel van ‘rechtvaardigheid’ belangrijker is dan een wet die democratisch is aangenomen. Dat is niet progressief, dat is antidemocratisch.

Als partijen die zichzelf ‘democratisch’ noemen oproepen om wetten te negeren, dan zijn we op een glibberig pad beland. Dan gaat het niet meer om wat rechtvaardig is, maar om wie aan de knoppen zit. En wie niet in de smaak valt, telt dan niet meer mee.

Onze kinderen wachten al jaren, statushouders krijgen voorrang
En wie zijn de dupe? Onze eigen inwoners. De Delvenaar die al jaren wacht op een sociale huurwoning. De alleenstaande moeder met drie kinderen. De jonge starter van 28, die nog steeds bij zijn ouders woont. Zij schuiven steeds verder naar achteren op de wachtlijst, want statushouders moeten voorrang krijgen. Dat was jarenlang beleid, met steun van onder andere D66, PvdA en GroenLinks.

Dat mensen die nog maar net in Nederland zijn, een woning krijgen vóór iemand die hier geboren, getogen en werkend is, zorgt voor diepe frustratie. Terecht. Veel Delftenaren hebben het gevoel dat ze niet meer meetellen in hun eigen stad. Dat hun plaats is vergeven aan anderen. Niet omdat er geen plek is, maar omdat hun belangen geen prioriteit hebben.

Delftenaren als tweederangs burgers
Dit beleid maakt van de gewone Delftenaar een tweederangs burger. Je betaalt belasting, je werkt, je draagt bij aan de stad en toch kom je achteraan de rij. Wie wél direct geholpen wordt, zijn mensen die nog niets hebben kunnen bijdragen. Dat is geen eerlijk beleid, dat is een keuze. En het is tijd om dat hardop te zeggen.

D66 en PvdA praten graag over gelijke kansen, maar kiezen bewust voor ongelijke behandeling. Voor de een is er voorrang, voor de ander een wachtrij van tien jaar. Dat is geen solidariteit, dat is willekeur. En als je daar kritiek op hebt, word je al snel weggezet als ‘niet inclusief’. Maar dit is geen kwestie van uitsluiting. Dit gaat over fatsoenlijk en rechtvaardig beleid, dat niet draait om ideologie maar om mensen.

Democratie is geen wegwerpartikel
De oproep om de nieuwe wet te negeren is niets minder dan een motie van wantrouwen tegen de democratie zelf. Als we wetten alleen nog uitvoeren als ze politiek goed uitkomen, dan is de rechtsstaat ver te zoeken. Dan is elke wet onderhandelbaar. Dat is gevaarlijk.

Het stadsbestuur van Delft heeft een keuze. Gaat het de belangen van de eigen inwoners weer serieus nemen, of blijft het zich vastklampen aan een ideologische lijn die steeds verder afstaat van wat mensen in de stad nodig hebben?

Tijd om het tij te keren
Deze nieuwe wet geeft gemeenten eindelijk de ruimte om eerlijker te verdelen. Om mensen die al jaren wachten op een woning eindelijk een kans te geven. Het is niet meer dan rechtvaardig dat wie hier woont, werkt en leeft ook weer perspectief krijgt op een woning.

Genoeg is genoeg. Het stadsbestuur moet de wet uitvoeren. Punt uit. Geen uitzonderingen, geen gedraai. Wie zichzelf serieus neemt als overheid, voert uit wat democratisch is besloten, of je het daar nu politiek mee eens bent of niet.

Eerst zorgen voor eigen mensen, dat is niet extreem, dat is normaal bestuur.
Dáár begint vertrouwen in de politiek. En dat is in Delft hard nodig!

Sylvia Grobben.